Aulonocara aquilonium

Aulonocara aquilonium is afkomstig uit het noorden van het Malawimeer. Het is niet de meest kleurrijke soort is wel een rustige soort, ook in een groep!

Beschrijving

Aulonocara aquilonium

De wetenschappelijke naam van Aulonocara aquilonium is voor het eerst geldig gepubliceerd in 1995 door Ad Konings. The Cichlids Yearbook 5:26-36. Voordat hij werd beschreven stond hij als Aulonocara sp. Auditor. Konings, 1991:33.

De geslachtsnaam Aulonocara is een verwijzing naar een van de belangrijkste kenmerken van deze soort namelijk de zijlijnkanalen op hun kop. De naam is op te breken in twee stukken Grieks: aulus betekend Fluit en caras betekend gezicht, een verwijzing naar de op een fluit lijkende zijlijnkanalen. De soortnaam aquilonium is afkomstig uit het Latijn. Aquilonium betekent noord en verwijst naar de locatie/vindplaats in het Malawimeer.

De Aulonocara Aquilonium werd lange tijd ten onrechte geëxporteerd als Aulonocara Auditor, welke niet de karakteristieke kenmerken heeft van de zandbewoner Aulonocara aquilonium, en dus zeker een aparte soort is. Hun kleurenpatroon doet meer denken aan een Protomelas dan aan een Aulonocara. Verder onderzoek moet uitwijzen of zij al dan niet tot het geslacht Aulonocara behoren. Deze soort is geclassificeerd als bedreigd door de IUCN (International Union for Conservation of Nature and Natural Resources).

Bijzonderheden

Alle Aulonocara-soorten zijn onderverdeeld in 4 groepen (complexen):

  1. Zandwonende groep
  2. Chitande-groep
  3. Jacobfreibergi-groep
  4. Stuartgranti-groep

Aulonocara aquilonium behoort tot de zandwonende groep.

Beschrijving

Het mannetje is zilverkleurig met een glinstering in de kop en heeft een blauw-gele tekening in de staartvin. De rugvin is aan de onderkant geel met een blauwe band die aan de bovenkant eindigt met een zwarte rand. De buikvinnen zijn zwart en ook de anaalvin is zwart met duidelijke eivlekken. Het vrouwtje is zilvergrijs. Het mannetje is rond de 10 centimeter lang, het vrouwtje iets kleiner, ca. 9 centimeter. In het aquarium worden ze iets groter, het mannetje 13 centimeter, het vrouwtje 10 centimeter.

Aulonocara aquilonium behoort tot de zandbewoners. Kenmerkend is het foerageergedrag bij Aulonocara’s. Ze “foerageren met sonar”, dit is aangetroffen bij alle Aulonocara soorten in hun natuurlijke omgeving. Ze staan ongeveer 10 millimeter bewegingsloos boven de zandbodem en duiken af en toe met de kop vooruit in het zand. Heeft de vis een prooidiertje gevonden dan wordt dat na een duik in het zand gevangen.

Buiten het broedseizoen vormt Aulonocara aquilonium grote scholen van ongeveer 100 stuks die door het brede zanderige biotoop zwemmen. Aulonocara soorten zijn doorgaans rustige en vredelievende vissen.

Biotoop

De vindplaats van deze vissen is aan de Noordwestkust van het Malawimeer en komt daar voor in drie populaties, namelijk bij Charo, Mdoka en Ngara. Ze komen vooral in grote getale voor bij Mdoka waar de zandbodem overgaat in rotsen. De diepte waarop ze voorkomen varieert van 12 tot 25 meter. Ze zijn vaak te vinden in de overgangszones van zand naar rotsblokken. Tijdens het broedseizoen (in het Malawimeer november/december) gaan ze naar de uitgaande overgangszone om tussen de stenen hun broedplaatsen te creëren.Ze maken een ondiepe kuil waar de balts plaatsvindt.

Dieet

In het meer zoeken ze met hun “sonar” naar kleine ongewervelde diertjes en schaaldiertjes. In het aquarium kun je ze voeren met cichlidengranulaat, spirulinavlokken, artemia, mysis, en diepvriesvoer zoals garnalenmix of koolvisfilet.

Het Aquarium

Aulonocara aquilonium heeft een aquarium nodig van minimaal 300 liter, liever vanaf 150 centimeter (450 liter). Als zandbodem kun je filterzand gebruiken en inrichten met wat breukstenen om een zo natuurlijk mogelijk biotoop te maken.

Deze soort is beschermd en zal dus niet vaak in de handel voorkomen. Mocht je deze kunnen bemachtigen dan heb je een mooie zeldzame soort in je aquarium. Je kunt ze samen houden met andere rustige soorten zoals de Protomelas, Placidochromis, Copadichromis of Lethrinops. Liever niet met de drukke en agressieve Mbuna soorten houden.

Vanwege hun natuurlijke scholengedrag is het raadzaam om deze soort in een grotere groep te houden, bijvoorbeeld 3 mannen en 7 vrouwen of in een harem van 1 man en 2 à 3 vrouwen.

De temperatuur van het water moet 22 a 26 graden zijn, de pH tussen de 7,5 en 8,5.

Kweek Aquarium en Conditioneren

Over de kweek in het aquarium is weinig bekend.

Het afzetten

Aulonocara aquilonium is een muilbroeder en neemt dus haar eitjes in haar bek. Het mannetje lokt het vrouwtje naar zijn paaiplaats. Bij het afzetten van de eitjes draaien ze om elkaar heen. Het vrouwtje legt een eitje, draait zich om en neemt het eitje in haar bek. Het mannetje bevrucht tijdens het ronddraaien de eitjes met zijn homvocht. Het vrouwtje ziet de eivlekkken op de anaalvin en wordt verleid om er naar te happen. Dit is de zogenaamde eivlekmethode.

Het vrouwtje broed de eitjes in haar bek uit. Tijdens deze periode eet ze in het geheel niet. De eitjes komen na een paar dagen uit, maar de jongen teren nog een tijdje op hun eidooierzak. Na ongeveer 3 weken worden de jongen losgelaten en moeten ze voor zichzelf kunnen zorgen, er is geen broedzorg van de ouders.

Video

Auteur

Coby

Copyright foto’s

Carsten Gissel
Hans Bergkvist

Bronnen

Fishbase.se
Ciclidae.com
Malawi cichliden in hun natuurlijke omgeving 3e oplage – Ad Konings

Extra informatie

Familie

Onderfamilie

Tribus

Groep

Geslacht

Soortnaam

Karakter

Sociaal Gedrag

,

Broedgedrag

Dieet

Min. lengte aquarium in cm

Zone

Herkomst

Landen

Ecosysteem

Locaties

,

Lengte Minimaal

Lengte Maximaal

Temperatuur minimaal

Temperatuur maximaal

pH minimum

pH maximum

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Aulonocara aquilonium” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *