Gasterosteus aculeatus – Driedoornige Stekelbaars

De Gasterosteus aculeatus of Driedoornige Stekelbaars wordt maximaal 10 cm lang. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt is het geen baarsachtige, maar verwant aan de zeenaalden en zeepaardjes. Er zijn binnen de soort verschillende populaties die of in zout water, of in brak water of in zoetwater leven. Bijzonder is dat deze dieren dan ook anders gepantserd zijn.

Gasterosteus aculeatus – Driedoornige Stekelbaars

Gasterosteus aculeatus, de driedoornige stekelbaars, is een visje dat menigeen op het verkeerde been zet. En dat is niet omdat het – anders dan de naam aangeeft- net zo goed 2 of 4 stekels op de rug kan hebben. De huis-tuin- en keuken vis, -waar we als kind vaak het eerste mee in aanraking komen in het water vlakbij huis- is namelijk helemaal geen baarsachtige.  De stekelbaars is verwant aan de zeepaardjes en zeenaalden. Als je dat eenmaal weet zie je dat verder direct aan de ogen, de smalle staartwortel en de manier waarop het de vinnen en de staart beweegt om stil te staan in het water.

In tegenstelling tot wat verder vaak wordt gedacht, is het ook geen vis die alleen maar in de Benelux of alleen in Europa  bekend is.  Het verspreidingsgebied van Gasterosteus aculeatus gaat bijna de wereld rond en strekt zich daarbij uit over gematigde gebieden langs de kusten van Noord-Europa, Noord-Amerika en Noord-Oost Azië. In Europa zitter er in verspreidingsgebied onverklaarbare gaten. Zo komt komt de soort niet voor in Zweden, Italië, Spanje en Portugal, maar wel in de omringende landen.

Ook voor evolutiewetenschappers  is de Gasterosteus aculeatus uitdagend materiaal. Het uitzonderlijke sterke aanpassingsvermogen leidt tot variaties die niet goed te vangen zijn in de manier waarover naar soortindelingen wordt gekeken. Allereerst kan  Gasterosteus aculeatus in zowel zoet, brak als volledig zeewater leven.  O.a. aan het aantal beenplaten op het lichaam kan deze levenswijze worden afgelezen:

  • de Trachurus vorm:  over het gehele lichaam beenplaten. Paait in zee en groeit daar ook op. Wordt tot 11 cm lang
  • de Femiarmatus vorm:  alleen beenplaten aan de voorzijde van het lichaam. Leven in zee en trekken om te paaien de rivier op. Wordt maximaal 9 cm lang. Deze anadrome variant is relatief hoger gebouwd dan de in het zoet water levende vis en kan zich tegen een stroomsnelheid van 30 cm/s verplaatsen
  • de Leiurus vorm: enkele beenplaten. Blijft altijd in zoetwater . Wordt maximaal 8 centimeter lang

Volgens  onderzoek zijn populaties die in zoetwater leven verder in te delen in tientallen, mogelijk zelfs honderden verschillende ‘ecotypes’. Deze verschillen o.a. in habitatvoorkeur, afmetingen, lichaamsbouw, hoeveelheid beenplaten, levensverwachting en baltsgedrag. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat op sommige plaatsen twee vormen (benthisch en pelagisch levend) naast elkaar voorkomen zonder dat hybriden te vinden zijn. Hoewel alle varianten er vergelijkbaar uitzien, komt in de Chehalis Rivier in de staat Washington een variant voor waarvan de mannetjes niet roodblauw, maar zwart kleuren in het voorjaar. Waarschijnlijk hangt dit samen met het feit dat hier een snoekachtige vis  (Novumbra hubbsi) leeft die zich voedt met de eieren en vooral de jongen van stekelbaarzen. De jongen van de  zwartgekleurde driedoorns worden minder gegeten dan jongen van de in diezelfde rivier ook voorkomende blauw-rood gekleurde driedoorns omdat de jongen van zwarte vaders, als de Novumbra nadert, met een serie snelle sprongen naar het oppervlak schieten waar zij bewegingsloos blijven hangen. Ze worden dan niet meer opgemerkt door de Novumbra terwijl de jongen van de gewoon gekleurde driedoorn niet anders doen dan vluchten, tijdens welke vlucht ze vaak gevangen worden.

In  Alaska is in de jaren ’90 een meer leeggehaald om ruimte te maken voor zalm en forel. Vanuit zee bevolkte een nieuwe populatie Stekelbaarsen  het meer, waarbij in een tijdsbestek van  12 jaar weer de verschillende vormen en specifieke levenswijzen zijn ontstaan. De snelle evolutie heeft de wetenschap verbaasd, the moleculaire basis voor de evolutie is nog altijd onbekend en onderwerp van onderzoek. In tegenstelling tot de zoetwatervariant zijn bij de de variant die het leven doorbrengt in zee wereldwijd geen variaties waarneembaar.

De variant die van zee naar zoetwater migreert trekken in de voorjaar in grote scholen de rivieren op. In veel gebieden heeft deze variant het zwaar te verduren, de aanleg van sluizen en gemalen heeft de trek bemoeilijkt. Vroeger was de trek van stekelbaarzen een bekend fenomeen. Ze werden massaal gevangen om het land te bemesten of om vismeel en eendenvoer van te maken.

Samengevat, het huis-tuin-en keuken visje uit onze kindertijd blijkt zowel de droom als de nachtmerrie van de internationale ichtyologie.

Video

Verzorging

Allereerst maakt het niet uit of je een zeewater variant, een trekkende variant of een zoetwatervariant in een zoetwateraquarium wilt houden, mits gezorgd wordt voor een langzame overwenning op zoet water. Ook dieren die gewend zijn om van zout naar zoetwater te trekken doen het ogenschijnlijk prima in een aquarium en kweken dan ook.

Zorg voor een koudwateraquarium (temperatuur tussen 4 en 20 graden C)  met bosjes planten (die fungeren als markering van een een territorium) en wat open stukken. Houd daarin een groepje bestaande uit wat vrouwen en mannen. De mannen zullen in het voorjaar een territorium maken, en uiteindelijk een nest. Als je op andere jaargetijden de dagen dagelijks iets langer maakt dan zullen ze ook denken dat het lente wordt en nesten blijven maken. Gasterosteus aculeatus is prima samen te houden met andere koudwatervissen, mits ze voldoende ruimte hebben voor een territorium en de andere bewoners de Stekelbaars niet als voer zien. Ook de combinatie met de Tiendoornige stekelbaars (Pungitius pungitius) werkt goed.

Voedsel

Gasterosteus aculeatus is een ‘micropredator’ die leeft van kleine kreeftachtigen, waterinsecten, larven en visbroed. In het aquarium accepteren ze geen droogvoer. Diepvriesvoe is meestal ook niet favoriet, hoewel er verhalen zijn van dieren die dit uiteindelijk accepteren. Levend voer is dus meestal vereist. Met name artemia, muggenlarven en watervlooien zijn in trek.

Kweek van de Gasterosteus aculeatus – Driedoornige Stekelbaars

In het broedseizoen zonderen mannetjes zich af uit de vaak al kleinere over sloten en plassen verspreide scholen. Ze nemen een territorium in, meestal op een open ondiepe plaats, op een zand of modderbodem nabij vegetatie. De grootte van het territorium is afhankelijk van de mogelijkheden. In een dunbevolkt gebied kan een territorium van wel 6 meters sloot gehandhaafd worden (hier kunnen zich na wat schermutselingen uiteindelijk nog wel 4 a 5 dieren vestigen), in een gebied waar vanaf het begin gedeeld moet worden is dat territorium enkele decimeters. De mannetjes komen langzaam op kleur. Eerst kleurt de iris van het ook lichtblauw en de onderzijde van het lichaam roodachtig.  De vrouwtjes blijven zilvergrijs, vaak ook met dwarse grillige strepen. Het mannetje bouwt een nest, dat heftig wordt verdedigd tegen indringers.  Het mannetje graaft een kuiltje en bedekt de kuil met verzamelde lappen alg en plantaardig materiaal. Met de kop worden de materialen tegen elkaar gestampt waarna de nestmaterialen met een kleefachtige substantie – afkomstig uit de nieren-  aan elkaar worden gelijmd. Als het mannetje daarmee klaar is boort deze met de kop een doorgang in het materiaal, die hij veelvuldig test door veelvuldig door de ontstane tunnel heen te zwemmen.  Tijdens de bouwfase worden (ook kuitrijpe) vrouwtjes verjaagd, net als mannetjes. Is er geen nestmateriaal of geschikte plek voor handen, dan blijkt de stekelbaars pragmatisch. Zelfs zand kan dan aan elkaar worden gelijmd en voor nest doorgaan. Als laatste plaatst het mannetje lange geleidestengels aan weerszijde van de ingang van het nest (enigszins vergelijkbaar met een rode loper met trapleuningen).

Als het mannetje klaar is en de doorkruipt in het nest is getest breekt de seksuele fase aan. Komt er een vrouwtje het territorium inzwemmen dan begint het mannetje te baltsen, waarna het vrouwtje kan terugbaltsen, blijven staan of vluchten. Bij de begroeting maakt het mannetje met een zig-zag beweging een aantal sprongen richting het vrouwtje. De zigzag beweging lijkt steeds een mix van agressie en verleiding, als of het mannetje de ene milliseconde het vrouwtje wil verjagen en de andere milliseconde daarop wil verleiden. Baltst zij terug en besluit zij te volgen, dan wordt ze met een boog naar het nest geleid. Maar niet te snel, het mannetje wil vaak nog een hele procedure volgen om eerst agressie kwijt te raken en tussendoor het nest te controleren en te perfectioneren. Soms verloopt dit zo langdurig en omslachtig dat het vrouwtje door een naburig mannetje wordt begroet en veroverd. Ook deze verpest het dan soms, waardoor soms zelfs de vreemde situatie ontstaat dat kuitrijpe vrouwtjes ondanks alle mannen die in paarstemming zijn geen gelegenheid vinden om kuit te schieten. Het komt ook voor dat vrouwen zo graag willen dat ze de balts van de man overslaan en de agressie weerstaan en rechtstreeks het nest in duiken om eitje af te zetten. Soms worden de eitjes dan alsnog door de man  bevrucht, soms ook niet.

Lukt het mannetje het vrouwtje te behouden dan toont de man uiteindelijk de ingang van de tunnel en zwemt zij door de tunnel en zet eitjes af, waarna de man volgt en de eitjes bevrucht. Het vrouwtje wordt daarna direct en met geweld verjaagd, waarschijnlijk om te voorkomen dat ze de eieren opeet. Het komt voor dat de vrouw het nest niet verlaat na het afzetten. Ze wordt er dan meestal door de man met geweld uitgejaagd, omdat deze niet kan wachten met het bevruchten van de eieren. Vaak wringt de man zich ook in de tunnel, terwijl zij nog aanwezig is

Laat zich langere tijd bij het nest geen vrouwtje zien, dan is de plek mogelijk niet goed en verplaatst het mannetje zich om een nieuw nest te maken

Direct na het bevruchten van de eieren is de man niet ontvankelijk voor nieuw vrouwelijk bezoek. Die worden net als mannen verjaagd. Pas als de eieren in het zand zijn gelegd en het nest is gerepareerd zijn nieuwe vrouwen welkom. Er kunnen wel 6 legsels van zon 200 eieren worden verzameld. Zonder risico is een tweede legsel voor de man niet, Het komt voor dat vrouwtjes zich te goed doen aan de eieren uit voorgaande legsels, waar de man natuurlijk zeer agressief op reageert.

De man verzorgt de legsels door er veelvuldig vers zuurstofrijk water naar te waaieren. Afhankelijk van de watertemperatuur komen de eieren na 6-7 dagen uit. Het mannetje wordt iedere dag wat donkerder van kleur en het rood en blauw verdwijnen. Tijdens de broedzorg wordt alle aandacht door de man besteed aan het nest. As er licht is, zal het mannetje waaieren. Het territorium wordt nauwelijks verdedigd, zelfs niet tegen andere mannetjes.

Als de jongen uitkomen, leven ze zo’n 2 dagen van de dooierzak. Ze hebben dan geen voedsel nodig. Daarna volgen infusoriën als voedsel, waarna na 2 dagen wordt omgeschakeld op kleine kreeftachtigen. Ieder jong wil in het begin tenminste 1 keer naar de oppervlakte om lucht te happen en de zwemblaas te vullen. Een gevaarlijke tocht! Het mannetje tracht ieder weg zwemmend jong te vangen en terug in het nest te spugen. Na een aantal dagen zijn de jongen hem te vlug af en kan hij ze niet meer vangen. Als de jongen het nest verlaten vormen ze grote scholen. Na 3 a 4 weken vertonen de jongen al agressief gedrag naar elkaar. Na 6 maanden zijn ze volwassen. Een stekelbaars leeft meestal maximaal 2-3 jaar, maar kan tot 5 jaar oud worden.

Copyright foto’s

Ben Lee – Amiidae.com

Referenties

De stekelbaars(1978)Maarten ‘t Hart

Onze lezers score
[Totaal: 0 Gemiddeld: 0]

Extra informatie

Familie

Geslacht

Soortnaam

Herkomst

, ,

Landen

, , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Lengte Minimaal

Lengte Maximaal

Temperatuur minimaal

Temperatuur maximaal

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Gasterosteus aculeatus – Driedoornige Stekelbaars” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *