Glossolepis incisus – Rode Regenboogvis

De Glossolepis incisus is een redelijk grote, zeer fraai rood gekleurde regenboogvis. Door zijn grootte heeft hij wel de ruimte nodig.

Glossolepis incisus – Rode Regenboogvis

De Glossolepi incisus heeft als Nederlands naam Rode Regenboogvis en niet voor niets; Rood wordt niet veel roder als bij de Rode Regenboogvis! Ze behoren tot de familie Melanotaeniidae en werden in 1907 voor het eerst beschreven door Weber.

Beschrijving

De Glossolepis incisus is een lange slanke vis. De mannen zijn het meest opvallend en beschikken over een zeer hoge gekromde rug. De mannen vertonen een fel bloedrode kleur over het gehele lichaam en vinnen. Naar verhouding is de kop maar klein met relatief grote ogen. Een aantal schubben op hun flank blijven zilver gekleurd en steken daarmee fel af tegen de rood gekleurde schubben. de intensiteit van de rode kleur die de mannen vertonen is afhankelijk van de leeftijd, stemming, temperatuur, watersamenstelling en de stemming van de vis. De vrouwtjes en jonge mannen hebben een vrij saai, olijfbruin lichaam met transparante vinnen.

Biotoop

De Glossolepis incisus komt in het wild alleen voor in het Sentani meer op Irian Jaya. Ze scholen samen rond de randen van het meer, daar waar voldoende beplanting en hout ligt om tussen te schuilen als dit nodig mocht zijn.

Door overbevissing voor de aquariumhandel en de zeer beperkte verspreiding van deze soort is hij op de rode lijst van de IUCN geplaats. Bij het uitvangen van de Glossolepis incisus worden ook nog eens methodes gebruikt die zijn leefgebied beschadigen waardoor herstel van de populatie wordt bemoeilijkt.

Dieet

De Rode Regenboogvis is een echte omnivoor. Ze eten dus alle soorten voer. Hun voorkeur gaat wel uit naar vleesachtig voer in plaats van plantaardig. Als basis voer kunnen vlokken of kleine korrels worden gegeven. Gebruik hiervoor bij voorkeur “kleurvoer”. In dit voer wordt meestal een kleurstof toegevoegd zoals Caroteen, dit helpt de vissen om goed op kleur te komen.

Voer ze het liefst een paar keer een klein beetje. Als het voer al even in het water ligt, eten ze er niet meer van. Om de vissen gezond te houden moeten ze ook minimaal twee keer per week levend of diepvries voer krijgen. Denk hierbij aan rode mug, tubifex, artemia en watervlooien (daphnia).

Het Aquarium

Aangezien de Glossolepis incisus een zeer actieve en snelle zwemmer is, moet het aquarium en zijn medebewoners hier op ingesteld zijn. Het aquarium moet een lengte hebben van minimaal 1 meter 50. De inrichting kan bestaan uit planten en kienhout, zolang er maar meer dan voldoende zwemruimte overblijft. De bodembedekking maakt niet zo veel uit. Ze zwemmen voornamelijk in de midden en bovenlaag van het aquarium. Ze willen nog wel eens aan planten knabbelen en trekken. De planten moeten dus stevig genoeg zijn dat ze niet direct uit de bodem worden losgetrokken en ook makkelijk kunnen herstellen.

Bij deze soort is een dekruit onmisbaar. Als ze ergens van schrikken willen ze nog wel eens boven het water uit springen.

Ze kunnen gehouden worden in een vrij breed spectrum aan waterwaardes: een temperatuur van 22 – 26 graden, een hardheid van 8 tot 25 GH en een pH van 6,5 tot 8,5 zijn aanvaardbaar. Ze kunnen echter niet zo goed tegen vervuild water. Om de beste kleuren naar voren te halen moet er per week zo’n 25 tot 50% van het water ververst worden.

Kweekaquarium en Conditioneren

Een kweekaquarium kan worden ingericht met een sponsfilter en veel fijnbladige planten zoals Javamos. In het wild worden de eieren afgezet in het regenseizoen, om het afzetten te bevorderen moeten de ouders dan ook vaker gevoerd worden en dan met name levend voer en vers groenvoer. De temperatuur een paar graden verhogen wil ook nog wel eens helpen.

Als je deze soort wil kweken dan is het belangrijk geen andere soorten uit de Melanotaeniidae familie samen te houden, ze kruisen namelijk nogal makkelijk. Aangezien dit een bedreigde soort betreft, is het extra belangrijk de bloedlijnen zuiver en sterk te houden. dit zorgt er ook voor dat de felle rode kleur terug komt bij het nageslacht.

Als het aquarium is ingericht en de water waardes zijn stabiel dan kun je een koppel volwassen dieren introduceren. Gebruik hiervoor het dominantste en mooiste mannetje.

Het afzetten

Zodra het vrouwtje vol zit met eieren, laat het mannetje zijn allermooiste kleuren zien, zet zijn vinnen wijd uit en leid het vrouwtje naar de afzetplek. Tussen de fijnbladige planten worden de eieren afgezet. Hierna rust het koppel uit. De eieren zijn plakkerig en doorschijnend. De planten waartussen ze hebben afgezet moeten na het afzetten worden verwijderd anders worden de eieren opgegeten.

Het mannetje zal in de komende paar dagen steeds opnieuw het vrouwtje aanbaltsen waarna ze opnieuw zullen afzetten waarbij het aantal eieren langzaam zal afnemen. het koppel moet bij de school worden terugeplaatst als er nog maar weinig eieren worden geproduceerd of als het vrouwtje er vermoeid uit begint te zien.

Opgroeien van de jongen

De eieren van de Glossolepis incisus komen na 7 a 8 dagen uit. De jongen gaan dan direct op zoek naar voedsel. Ze kunnen dan gevoerd worden met infusoria, azijnaaltjes en/of liquifry. Ook fijngewreven eigeel kan worden gegeven om de groeisnelheid te bevorderen. Zodra de jongen iets groter zijn kan ook vers uitgekomen artemia worden gevoerd. De jongen groeien langzaam, veel langzamer als andere regenboog soorten.

De eerste twee maanden zijn bij de Rode Regenboogvis het moeilijkst. De jongen kunnen niet tegen vervuiling. Vuil moet dus goed worden afgeheveld en er moet zeer regelmatig water worden ververst.


Onderstaande beschrijving is afkomstig van Adrian R. Tappin – DE kenner op het gebied van regenboogvissen:

Soortbeschrijving

Het vrouwtje van Glossolepis incisus heeft een geel-olijfkleurig lichaam met een goudkleur op de schubben en met doorschijnende vinnen. De mannen daarentegen zijn schitterend gekleurd: het gehele lichaam en de vinnen zijn helder zalmrood. Sommige schubben hebben een zilverige glans, dat voor een bijzonder ongewoon effect bij de rode achtergrondkleur zorgt. Jonge vissen zijn vrij saai gekleurd: egaal groen over het gehele lichaam met hier en daar een zilverige glans. Maar als de vissen een lengte van 4 à 5 cm hebben bereikt, dan beginnen de mannen te kleuren. Als dit proces eenmaal in gang is gezet, dan is de voortgang daarvan vrij snel. Tegen de tijd dat de vissen 7 à 8 cm zijn, zouden de mannen hun volle intense kleur moeten hebben. De mannen zijn breder gebouwd dan de vrouwen en hebben een hoge ronde rug, dat ervoor zorgt dat het hoofd relatief klein lijkt met onevenredig grote ogen. Mannen kunnen een maximale grootte bereiken van 15 cm. Vrouwen zijn gewoonlijk kleiner dan 12 cm.

Verspreiding en leefgebied

Glossolepis incisus komt alleen voor in Lake Sentani. Het meer ligt 10 kilometer ten westen van Jayapura in het noordoosten van West-Papoea. Het is een grillig gevormd meer met een lengte van 28 kilometer (oost-west) en een breedte van 19 km (noord-zuid) en een totale oppervlakte van 104 km2. In het blauwgroene water van het meer liggen 16 kleinere eilanden. Het wordt omgeven door heuvels in het zuiden en het Cyclops-gebergte in het noorden, dat het meer scheidt van de Pacific Ocean. Lake Sentani is het grootste meer van de meren in West-Papoea, met een stroomgebied van ongeveer 600 km2. Zo’n 35 kleinere rivieren komen uit in het meer en er is slechts één natuurlijke uitlaat in de zuidoostelijke punt van het meer, via de Jafuri en Tami Rivers. Deze komen uit in de Pacific Ocean dichtbij de grens van Papoea-Nieuw-Guinea.

Het meer kan verdeeld worden in drie grote delen met een diepte van 7 tot 52 meter. Volgens onderzoeken in 1970-1971, 1984 en 1987 is de watertemperatuur ongestratificeerd (niet opgebouwd in lagen), met een temperatuur aan het oppervlak van 29 tot 32 °C en een pH van 6,2 tot 6,8. Regenboogvissen worden gewoonlijk aan de randen van het meer gevonden. Grote aantallen vissen scholen samen rond waterplanten en verzonken hout en takken.

Opmerkingen

Glossolepis incisus werd het eerst verzameld door Max Weber, die tussen 1890 en 1900 verschillende expedities naar Nederlands-Nieuw-Guinea (West-Papoea) ondernam. De ontdekking en vangst van regenboogvissen in afgelegen plekken in Nieuw-Guinea is altijd al moeilijk geweest en het is dan ook niet eerder dan in 1973 dat er levende exemplaren van deze soort werden verzameld. In 1973 vingen A. Werner jr uit München en E. French uit Memmingen (Duitsland) levende exemplaren tijdens een reis naar Java, Celebes en West-Papoea. Zij namen diverse fraai gekleurde vissen mee naar Europa waaronder Glossolepis incisus. Werner en French namen ook een andere prachtige en aantrekkelijk regenboogvis voor de aquariumhobby mee: Iriatherina werneri.

Literatuur

Weber M. (1907). Süsswasserfische von Neu-Guinea ein Beitrag zur Frage nach dem früheren Zusammenhang von Neu-Guinea und Australien. In: Nova Guinea. Résultats de l’expédition scientifique Néerlandaise à la Nouvelle-Guinée. Süsswasserfische Neu-Guinea 201-267.

Vertaling: Hans Booij

Video

Auteur

John de Lange
Adrian R. Tappin – Home of the Rainbowfish

Copyright foto’s

Hristo Hristov
Neil Armstrong
John de Lange

Onze lezers score
[Totaal: 0 Gemiddeld: 0]

Extra informatie

Familie

Geslacht

Soortnaam

Karakter

Sociaal Gedrag

Broedgedrag

Dieet

Zone

Herkomst

Ecosysteem

Lengte Minimaal

Lengte Maximaal

Temperatuur minimaal

Temperatuur maximaal

pH minimum

pH maximum

GH minimum

GH maximum

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Glossolepis incisus – Rode Regenboogvis” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *