Lucania goodei – Blauwvin Killi

Lucania goodei of Blauwvin Killi is een leuk klein makkelijk te houden killivisje uit Noord Amerika. Tegenwoordig zie je ze nog maar weinig in de winkel.

SKU: Lucania goodei Categorieën: , ,

Lucania goodei – Blauwvin Killi

Lucania goodei is in 1880 beschreven door Jordan. In het Nederlands wordt hij ook wel Blauwvin Killi genoemd. Deze soort behoort tot de Orde Cyprinodontiformes ofwel de tandkarpers, familie Fundulidae een familie killivissen.

De naam Lucania is ontleent aan de Italiaanse provincie Lucania, in de buurt van Tarento. De geslachsnaam goodei vernoemt naar Dr. G.B. Goode, Amerikaanse ichthyologist, die de eerste was om dit visje te verzamelen.

Vroegere benamingen: Lucania goodei (JORDAN 1879); Funclulus goodei (WOOLMAN 1892); Fundulus (Chriopeops) goodei (Fowler 1916); Chriopeops goodei MYERS, 1924

Beschrijving

De laatste tijd zie ik deze killi eigenlijk nergens meer, terwijl het toch een heel mooi visje is. Eind vijftiger en begin 60-er jaren van de 20e eeuw heb ik jarenlang met veel plezier een school (van toen nog Chriopeops goodei geheten visjes) in mijn gezelschapsbak gehouden en ook voortgekweekt.
Het is een typisch Fundulus-achtige, echter met een meer spoelvormig- lichaam. Lengte maximaal 6 cm, in aquaria in de meeste gevallen echter zelden meer dan 5 cm. Op doorsnede is het lichaam ovaalrond. Het is een gestroomlijnd langwerpig visje, de hoogte is om en nabij een kwart van de lengte van snuit tot staartwortel.

De rugvin begint halverwege deze lengte. De aarsvin begint iets verder naar achteren.
De snuit is afgerond, de mond eindstandig, met opwaarts gerichte mondopening. Lucania onderscheidt zich van de overige fundulus-achtigen doordat ze twee rijen tanden in hun kaken hebben.

Voor zover na te gaan is hun levensduur om en nabij de 2 jaar.

Areaal / klimaatzone

Subtropisch zoetwater, dat door humuszuren pH waarden heeft tussen 6,5 en 6,8 en temperaturen variërend van 12° tot 22°C.

Leeft in langzaam stromende en stilstaande wateren, meren en moerassen, in poelen, in plassen en beken, welke over het algemeen dicht met planten zijn begroeid. Worden vaak gezien in de buurt van natuurlijke wellen (bronnen).

Zwemt in schooltjes meestal redelijk ver onder het wateroppervlak. Hoewel behorend tot de killis is het geen echt seizoensvisje. Het is vrij makkelijk in een aquarium te houden.

Verspreiding/herkomst

Noord-Amerika, in Florida, uitgezonderd ten westen van de delta van de Choctawhatchee rivier; heel zelden ook langs de Atlantische kust tot aan centraal Zuid-Carolina, in Zuidoost Alabama in de delta van de Chipola rivier.

Is ook uitgezet in Californië, Texas en Noord-Carolina, zodat ze daar nu ook in het wild voorkomen.

Verzorging

Het natuurlijke woongebied van deze soort zijn dus de overwegend stilstaande moerassige wateren van Florida. In de eveneens moerassige, meer brakke kustwateren komt Lucania goodei niet voor.
Een belangrijk punt is de temperatuur van dit in de zomer bijna tropische, doch ’s winters soms zeer koude: gebied. Ze verdragen daardoor zowel behoorlijke lage temperaturen van 5° Celsius als hogere tot 25° Celsius.

Volgens sommige beschrijvingen kan men daarom dit tandkarpertje, tezamen met de soorten die in hetzelfde woongebied voorkomen, zoals Fundulus chrysotus, Elassoma evergladei, Jordanella floridae e.a., het beste: bij kamertemperatuur in een onverwarmd aquarium houden. Mijn eigen ervaring was dat het visje het in het tropisch gezelschapsaquarium prima deed destijds, hoewel het niet uitgesloten is dat het permanent houden op hogere temperaturen kan leiden tot een kortere levensduur.

De bodem wordt bij voorkeur bedekt met een flinke humuslaag (turf bijvoorbeeld) en de bak wordt flink beplant met bijvoorbeeld Myriophyllum, Najas, Bacopa, Heteranthera en dergelijke. Als voedsel hebben ze een voorkeur voor kleine insecten en insectenlarven, maar ook kreeftjes (daphnia of cyclops) en droogvoer worden zonder problemen gegeten.

Zoals veel Fundulus-achtigen zijn ze vrij gevoelig voor verandering in de samenstelling van water, dus nooit direct van de ene bak in de andere overbrengen. Vers leidingwater verdragen ze minder goed dan aanvulling met regenwater.

Kweek van de Blauwvin Killi

Bij kweektemperaturen boven 23-24° C blijven de meeste eitjes onbevrucht, de praktijk wijst uit dat de optimale temperatuur voor het sperma om tot een geslaagde bevruchting te komen ligt op 18 á 19° Celsius.

Bij het paringsspel gaat er, net als bij verwante soorten, soms vrij heftig aan toe. De eitjes worden in de bovenste waterlagen, aan en tussen het fijnbladig groen afgezet. Per paring twee tot vijf eitjes, dit echter dagelijks gedurende enige weken achtereen. In totaal worden op die manier tot wel 200 eieren geproduceerd.

De geelachtig bruine eitjes zijn vrij groot (circa 2 mm in doorsnede) en kleven met korte slijmdraadjes aan de planten. Afhankelijk van de temperatuur komen de eitjes na één week of tien dagen uit.
De jongen groeien vrij snel op en reeds na een week of 5-6 zien we de rode staart bij de mannetjes zich ontwikkelen.

Auteur

Menno van Veen

Copyright foto’s

Rudolf Pohlmann – Killifishe.info – Facebook

Bronnen

Fishbase.org

Onze lezers score
[Totaal: 1 Gemiddeld: 5]

Extra informatie

Familie

Geslacht

Soortnaam

Synoniemen

, ,

Nederlandse Namen

Karakter

Sociaal Gedrag

Broedgedrag

Dieet

Verzorging

Zone

Herkomst

Landen

Lengte Minimaal

Lengte Maximaal

Temperatuur minimaal

Temperatuur maximaal

pH minimum

pH maximum

GH minimum

GH maximum

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Lucania goodei – Blauwvin Killi” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *