Melanotaenia pierucciae
Allen and Renyaan, 1996

Soortbeschrijving

Melanotaenia pierucciae heeft een lila of paarsige lichaamskleur boven op de rug met een bronzen gloed, wit of heel bleek lila op de onderste helft (behalve een grote violette vlek die aanwezig kan zijn net achter de borstvin). De schubben op het lichaam hebben een smalle donkere rand, die intenser is op de buikzijde, vooral boven de aarsvin waar de schubben vaak een veel bredere zwarte band hebben. Er loopt een brede, zwartachtig tot donkerblauwe, middenstreep tussen het oog en de basis van de staartvin, die ongeveer twee horizontale rijen schubben beslaat, behalve een onderbreking midden op de zijde ter grootte van ongeveer zes tot zeven verticale rijen schubben (de schubben in dit gebied hebben een bronzen gloed). De eerste rugvin is wit, de tweede rugvin blauwachtig; de aarsvin schemergrijs tot witachtig; staartvin en borstvinnen doorzichtig; smalle zwarte onder- en bovenrand op de basale helft van de staartvin. Kleuren van de vinnen bij het vrouwtje in het algemeen minder intensief en meer doorzichtig vergeleken met mannetjes.

Mannetjes hebben een meer intens kleurenpatroon, vooral tijdens het afzetten en tonen een witachtig-groene streep op het voorhoofd. De soort kent verschillen in vinvorm, typisch voor het geslacht, waarbij mannetjes een langere eerste rugvin hebben en de achterste delen van de tweede rugvin en de aarsvin enigszins verlengd zijn en puntig. Mannetjes hebben ook een hoger lichaam en kunnen een maximum lengte bereiken van acht centimeter, maar gewoonlijk minder dan zes centimeter.

Verspreiding en leefgebied

Deze soort is alleen bekend van Werfyang Creek, die uitstroomt in het noordwestelijke einde van Lake Kamakawaiar. Het leefgebied ligt ongeveer een tot twee kilometer stroomopwaarts van het meer en wordt er van gescheiden door een schilderachtige waterval van twintig meter. De vis kwam algemeen voor in de hoofdkreek (ongeveer vier tot vijf meter breed en een tot twee meter diep) alsmede een kleine nevenstroom, beide stromen door dicht regenwoud. Het water was kristalhelder en stroomde snel in Werfyang Creek, maar langzaam in de kleine nevenstroom.

De Triton-meren liggen aan de zuidkust van West-Papoea, direct ten oosten van het Bomberai-schiereiland en ongeveer vijftig kilometer ten oosten van de zeehaven van Kaimana. De meren worden omringd door hoge kalksteenheuvels en liggen direct landinwaarts van Triton Bay. Er zijn drie hoofdmeren: Kamakawaiar, Lakamora en Aiwaso. Kamakawaiar (meestel Kamaka genoemd) ligt minder dan vijf kilometer van de kust en wordt van het tweede meer, Lakamora, gescheiden door een afstand van ongeveer zeven kilometer. Het derde meer, Aiwaso, ligt slechts een paar honderd meter van Lakamora. De meren lijken geen afvloeiingsstromen te hebben en het water vloeit waarschijnlijk ondergronds weg.

Opmerkingen

Heiko Bleher ving deze soort in juni 1995 samen met Paola Pierucci en Patrick de Rham. De soort is vernoemd naar juffrouw Paola Pierucci, die samen met Heiko Bleher de soort ontdekte.

Literatuur

Allen, G. R. and S. J. Renyaan (1996). Three new species of rainbowfishes (Melanotaeniidae) from the Triton Lakes, Irian Jaya, New Guinea. Aqua, Journal of Ichthyology and Aquatic Biology 2(2): 13-24.

Bron: Home of the Rainbowfish

Auteur

Adrian R. Tappin

Vertaling

Eric van de Meerakker

Copyright foto’s

Gerald Allen

Onze lezers score
[Totaal: 0 Gemiddeld: 0]