Metriaclima pulpican

Metriaclima pulpican wordt niet heel groot maar hij staat zeker zijn mannetje. De mannen krijgen een helderblauwe kleur met diep zwarte verticale strepen wat hem een aansprekend uiterlijk geeft.

Metriaclima pulpican

Metriaclima pulpican is in 2002 officieel beschreven door Tawil als Cynotilapia pulpican. De naam pulpican is een verwijzing naar het gedrag bij het verdedigen van zijn territorium. Hij valt dan de vis net zo lang lastig totdat hij uit het territorium is verdreven. De naam is ontleend aan een mythologisch figuur uit het Franse Bretagne, korrigans, poulpicans of poulpiquets zijn lokale namen voor een soort aardmannetjes.

De geslachtsnaam Metriaclima is afgeleid van twee Griekse woorden. Metri betekend “gematigd” en clima betekend “schuin”. Dit is een verwijzing naar de schuin aflopende kop.

Synoniemen: Cynotilapia pulpican, Maylandia pulpican. Voordat ze officieel werden beschreven werden ze aangeduid met een heel aantal namen, twee bekendere namen zijn Pseudotropheus sp. ‘Likoma kingsizei’ of Pseudotropheus sp. ‘kingsizei’. In het Engels ook wel Likoma Blue Frost genoemd, naar de hemelsblauwe kleur van de mannen.

Beschrijving

Volwassen mannen worden in het wild niet langer dan een centimeter of 9. De vrouwen blijven zelfs nog iets kleiner. Door het overvloedige en krachtigere voer in het aquarium kunnen ze veel groter worden. Mannen kunnen in het aquarium zelfs uitgroeien tot een 15 centimeter in totale lengte.

Mannen zijn eenmaal volwassen duidelijk van de vrouwen te onderscheiden. Ze worden lichtblauw van kleur met op de flank zwarte verticale strepen. De tekening en helderheid van de kleur kan wat variëren afhankelijk van de locatie van herkomst. De zwarte strepen kunnen soms doorlopen in de rugvin. Bij andere varianten blijft de rugvin helder blauw of is afgezet met een zwarte streep. De anaalvin en buikvinnen zijn bij de man zwart, waarbij de rand van de buikvin is afgezet met een licht streep. De vrouwen blijven een wat saaier bruin/grijs. Op latere leeftijd kan de vrouw wat vaag blauw van kleur worden.

Qua kleur en vorm lijken ze wel wat op de Cynotilapia sp. Lion en de Cynotilapia axelrodi. Houdt deze soorten dan ook niet samen om hybridisatie te voorkomen. Ze geven ook de voorkeur aan dezelfde plekken om een territorium te vormen waardoor ze elkaar enorm in de weg kunnen zitten. De axelrodi is minder sterk en delft dan ook in veel gevallen het onderspit.

Biotoop

Metriaclima pulpican is endemisch voor het Malawimeer. Ze bewonen de overgangszone van rotsen naar zand met een voorkeur voor de gebieden met wat kleinere rotsen. Je kunt ze voornamelijk vinden op dieptes van 10 tot 20 meter maar ondieper of dieper van 4 tot 30 meter komt ook voor.

Het leefgebied strekt zich uit rond onder andere Membe Point, Maingano, Mbamba, Masimbwe en Mbuzi. De exemplaren die afkomstig zijn van Londo en lumbaulo in Mozambique zijn iets slanker en hebben kleinere strepen.

De mannen blijven doorgaans in hetzelfde gebied waar ze een klein territorium verdedigen nabij een rots wat ze hebben ontdaan van zand. De vrouwen, jongen en jonge mannen zonder territorium leven doorgaans solitair of in hele kleine groepjes.

Dieet

In het wild voedt de Metriaclima pulpican zich met de algenstrengen in de aufwuchs en plankton. In het aquarium is het geen kieskeurige eter en zal hij al het voer wel opnemen zoals vlokken of granulaat. Zorg er wel voor dat het voer plantaardig materiaal bevat zoals bijvoorbeeld spirulina om ze gezond te houden.

Het Aquarium

Het aquarium voor een harem Metriaclima pulpican  zou minimaal 120 centimeter in lengte moeten zijn. De kleuren van deze soort komen echter het best tot hun recht wanneer meerdere mannen een territorium hebben en moeten strijden om de vrouwen. Houdt ze dan ook bij voorkeur in bijvoorbeeld een 200 centimeter aquarium. Een mooi aantal zou dan zijn ongeveer 3 mannen en 6 vrouwen.

Richt het aquarium in met op de bodem zand en gebruik meerdere rotspartijen langs de randen, achterwand en in het midden om de zichtlijnen te breken. De mannen kiezen een territorium rond een hol of nabij een rots waar ze in het zand kunnen paren. Zorg er wel voor dat de rotsen goed vast- en niet direct op het glas liggen. Deze soort graaft veel en graag. Ze hebben de neiging om rondom hun territorium het zand weg te graven.

Als medebewoners kun je andere Mbuna plaatsen die niet dezelfde tekening of kleur hebben om agressie te voorkomen. Ondanks dat dit een vrij kleine soort is, staan ze zeker hun mannetje. Ze verdedigen hun territorium fel, zelfs tegen de veel grotere Metriaclima estherae of de redelijk agressieve Pseudotropheus johannii.

Planten zijn voor deze soort niet nodig. Zachte planten worden sowieso opgegeten. Enkele harde planten zoals Javavaren, Anubia of Vallisneria zouden mogelijk wel kunnen.

Kweek van de Metriaclima pulpican

De kweek van de Metriaclima pulpican is vrij eenvoudig. De man probeert een vrouw naar zijn territorium te lokken. Hij zet zijn vinnen wijd op en met trillende bewegingen toont hij zijn flank om te laten zien hoe mooi hij is. Als het vrouwtje bereid is om te paren gaat ze met hem mee naar zijn territorium. Om elkaar heen draaiend legt de vrouw eieren in het zand. De man bevrucht de eieren al draaiend waarna de vrouw de eieren oppikt in haar muil. De nesten van de Metriaclima pulpican zijn niet heel groot. Doorgaans legt het vrouwtjes zo’n 10 tot 20 eieren. Na het paren wordt de vrouw verjaagd.

De vrouw zoekt nu wat rustigere plekken in het aquarium tussen de rotsen. Hier broed ze gedurende ongeveer 21 dagen. De eieren komen na een paar dagen uit maar pas na ongeveer drie weken spuugt de vrouw de jongen uit. Gedurende het broeden eet de vrouw (vrijwel) niet. In een gemend aquarium zullen hooguit enkele jongen overleven als ze genoeg beschutting tussen de rotsen kunnen vinden.

Grootbrengen van een heel nest

De kweker die meer jonge Metriaclima pulpican wil overhouden heeft meestal een tweede aquarium waar hij de vrouw heen verhuisd om de jonge visjes uit te laten spugen. Gebruik hiervoor een kaal aquarium met alleen een filter, verwarming en wat rotsen als beschutting voor de vrouw. Vang het vrouwtje na de tweede week uit. De vrouw zal de jongen over het algemeen wel vasthouden tijdens het vangen. Vang je haar later dan twee weken uit dan kan het zijn dat ze de jonge visjes al in het netje uitspuugt, veelal neemt ze de jongen weer terug in haar bek als je haar even wat rust geeft in het kweekaquarium.

Na een dag of 21 spuugt de vrouw de jongen visjes uit. Je hoeft niet bang te zijn dat de jongen worden opgegeten. De eerste paar uur na het loslaten van de jongen visjes laat de vrouw de jonge visjes nog met rust. Vang de vrouw uit na het loslaten en plaats haar terug in het showaquarium.

Als opgroeivoer kun je verschillende voersoorten geven zoals opkweekvoer, stofvoer maar ook gewoon fijngewreven vlokvoer werkt prima.

Video

Copyright foto’s

Jason Selong – Bigskycichlids.com
Mircea Popa

Bronnen

Cichlidae.com
Fishbase.org
Borstein.info

Onze lezers score
[Totaal: 0 Gemiddeld: 0]

Extra informatie

Familie

Geslacht

Soortnaam

Dieet

Karakter

Broedgedrag

Sociaal Gedrag

Zone

Herkomst

Landen

,

Ecosysteem

Lengte Minimaal

Lengte Maximaal

Temperatuur minimaal

Temperatuur maximaal

pH minimum

pH maximum

GH minimum

GH maximum

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Metriaclima pulpican” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *