Neolamprologus prochilus

De Neolamprologus prochilus wordt maar zelden in het aquarium gehouden. Toch is het een leuk visje met aantrekkelijk gedrag.

Beschrijving

Neolamprologus prochilus (Bailey & Stewart, 1977)

Neolamprologus prochilus is een van de zelden gekweekte en slechtst beschreven soorten uit de groep Lamprologini. De informatie die je in boeken, magazines en op het internet kunt vinden is nogal rudimentair. Het is nu tijd om dit te veranderen…..
Deze soort is voor het eerst beschreven in 1977 door Reeve Bailey en Donald Stewart als Lamprologus prochilus. Daarna, in 1985, hebben Robert en Jean Colombe Allgayer de “prochilus” toegevoegd aan het nieuw gecreëerde geslacht  Neolamprologus. Deze vissen danken hun naam aan de ongelijke vorm van hun bek. Prochilus – afkomstig van de griekse woorden πγό = voorkant en χειλος = mond.
Volgens Bailey en Stewart (1977), is de Lamprologus niger (nu Neolamprologus niger) het nauwst verwant, aangezien ze veel overeenkomende eigenschappen bezitten.

Neolamprologus prochilus - Koppel
Neolamprologus prochilus – Koppel

Verspreiding

Neolamprologus prochilus is endemisch voor het Tanganyika Meer. Ze bewonen een gebied van ongeveer twee kilometer lang rond het dorp Mpulungu in Zambia (zuidelijk gedeelte van het meer). Er zijn geen geografische varianten van deze soort bekend. Prochilus bewonen voornmamelijk diepe, rotsachtige gebieden (onder de 15 meter). Hun leefomgeving bestaat uit hoge grotten en spleten tussen de rotsen waarin de vissen jagen, voortplanten en beschutting zoeken wanneer in gevaar. Ze eten voornamelijk schaaldieren, maar kunnen zich ook voeden met jonge vis en insectenlarven.  Het zijn jagers die gespecialiseerd zijn in slachtoffers uit nauwe spleten trekken van de rotsen. Hun zijdelings afgeplatte lichaam helpt hen deze gebieden binnen te dringen. Deze vissen geven de voorkeur aan de hinderlaag omdat ze niet in staat zijn een snel zwemmende prooi te vangen.

Beschrijving

De Neolamprologus prochilus is een van de grootste vertegenwoordigers van de groep Lamprologini. Volwassen mannen kunnen (volgens verschillende bronnen) een lengte bereiken van 14 tot 17 centimeter, vrouwen bereiken een lengte van 9 tot 10 centimeter. Hun lichaam is hoog, zijdelings samengedrukt en relatief massief. Op het eerste oog lijken ze op een Altolamprologus. Afhankelijk van de omstandigheden en zijn stemming, neemt de vis verschillende kleuren aan, varierend van een crème kleurig roze tot donker grijs (op het internet zijn ook foto’s te vinden van vrouwen met een oranje lichaam, er is echter geen informatie beschikbaar over de vangplaats, leeftijd, leefomstandigheden, etc.). Ze hebben een aantal donker bruine verticale strepen op het lichaam die beginnen bij de kop en eindigen bij de staart. Deze strepen zijn duidelijk zichtbaar bij jonge exemplaren maar ze worden vaal en vervagen wanneer de vis opgroeit. Voor zover het volwassen vissen betreft (vooral mannen) zijn er slechts nog fragmenten zichtbaar, die doorgaans liggen langs twee, niet uniforme strepen, lopend langs de hele lengte van het lichaam. Op de aanzet van de staart staat een donkere stip. De rug, buik- en anaalvinnen vertonen een vaal gele tot oranje achtige zoom. De  “Prochilus” hebben een gigantische, bovenstandige bek, gevuld met conische tanden. Aan de voorzijde van het lichaam ter hoogte van het oog, hebben ze een karakteristieke inkeping in de kop. Er is geen sexueel onderscheid. Het enige verschil tussen de mannen en vrouwen is dat de mannen groter worden en gedurende de paai periode een sikkelvormige blauwe fluoriserende gloed krijgen, gesitueerd net onder de ogen.

Neolamprologus prochilus - Man
Neolamprologus prochilus – Man

Kweek van de Neolamprologus prochilus

De Neolamprologus prochilus plant zich op soortgelijke manier voort als andere vissen uit de groep Lamprologini. Een vis kiest een partner en samen bezetten ze een hol tussen de rotsen (in het aquarium kan dit ook een grote schelp zijn, die neergelegd wordt naar hun behoeften net als de rest van de omgeving. Het koppel brengt hun tijd door nabij hun schuilplaats, met af en toe een wat langere trip. Wanneer het vrouwtje klaar is om te paaien, begint ze richting het mannetje te baltsen. De vissen zwemmen samen en maken de grot grondig schoon. Uiteindelijk, legt het vrouwtje ongeveer 50 eieren in de grot, die direct worden bevrucht door de man. De vrouw verdedigd de eieren en de jongen. Het mannetje bewaakt de ingang van de grot en verjaagt andere vissen en zorgt ervoor dat de vrouw de schuilplaats niet kan verlaten. Larven komen ongeveer 3 dagen na bevruchting uit en de jongen kunnen na ongeveer 5 tot 6 dagen vrij zwemmen.

Het mannetje bewaakt de ingang van de grot angstaanjagende afstand andere vis en makeing ervoor dat het vrouwtje niet de schuilplaats te verlaten. Larven komen na ongeveer 3 dagen na de bevruchting en de jongen beginnen te zwemmen vrij na 5-6 dagen. De jonge mensen hebben een eerlijke lichaam met zeven donkere verticale strepen. De jonge exemplaren hebben een stevig lichaam met zeven donkere strepen.

Aquarium voor de Neolamprologus prochilus

Bij het opzetten van een aquarium voor de “prochilus” is het belangrijk om een omgeving te creeren voor grot broeders. In het geval dat de vis geen geschikte plaats kan vinden, kunnen een paar grote schelpen in het aquarium worden geplaatst, die kunnen dienen als toevluchtsoord voor de vrouwen en om te dienen als paaiplaats. De minimale lengte van het aquarium dient zo’n 120 centimeter te zijn met waterwaarden en temperatuur die eveneens geschikt zijn voor de andere bewoners van het Tanganyikameer. Prochilus zijn erg gevoelig voor afwijkende waterwaardes, in het bijzonder hoge concentraties nitriet en nitraat. Als de concentratie nitraat hoger is dan 25 mg / l, worden ze neerslachtig, en in extreme omstandigheden gaan ze met hun hoofd naar het oppervlak van het water hangen en ademen zwaar.

Neolamprologus prochilus - Vrouw
Neolamprologus prochilus – Vrouw

Voedsel

Neolamprologus prochilus is een echte carnivoor. Dankzij de enorme bek kunnen ze grote prooien doorslikken. “Prochilus” eten alle soorten levend en bevroren voedsel en garnalen zijn een delicatesse. Vlokvoer wordt minder graag gegeven. Jonge “prochilus” eten pas uitgekomen artemia en fijn gemaakt voer voor volwassen vissen.

Ervaring met kweken

We ontvingen de “Prochilus” in de Tropheus Tanganika Company in Juli 2007. Ze werden samen gezet met Bathybates ferox, Lepidiolamprologus profundicola en Altolamprologus calvus Black in een 400 liter aquarium. Er werd geen agressie buiten de soorten om gezien, echter, de bezetting werd gedomineerd door de Lepidiolamprologus. Nadat deze was verwijderd, bleef het aquarium in harmonie achter.

De vissen ariveerden 9 maanden geleden bij ons thuis en warden in een aquarium geplaatst met een inhoud van 1.287 liter. Deze bevat op het moment 12 stuks Altolamprologus calvus Black, 4 stuks Altolamprologus compressiceps Gold, 8 stuks Cyphotilapia frontosa Bulumbora, 18 stuks Cyprichromis sp. “Leptosoma Jumbo” Mpimbwe Yellow Head, 3 stuks Gnathochromis pfefferi, 3 stuks  (een man en twee vrouwen) Neolamprologus prochilus , N. fasciatus, N. brevis, 2 stuks Lepidiolamprologus attenuatus Yellow en Mastacembaeus moori. De “Prochilus” leven in harmonie met de andere bewoners. De man en één vrouw bewonen een grote maar niet zo hoge grot in het midden van het aquarium. Het zand uit de grot en omgeving werd verwijderd en verplaatst zodat het een wal voor de ingang van de grot vormt. De tweede vrouw woont buiten het territorium van het Koppel, achter wat stenen om zo oog contact te vermijden. Het mannetje toont in haar geen interesse.

De Neolamprologus prochilus worden in het aquarium gerespecteerd, de meerderheid van de andere bewoners blijven uit de buurt. Het koppel bewaakt voortdurend hun schuilplaats, vooral tijdens het incuberen van de eieren. (De Mastacembelus moori wordt gezien als de grootste vijand die fel wordt aangevallen zodra deze binnen het gezichtsveld komt). De “Prochilus” hebben een paar legsels in ons aquarium gehad, maar het lijkt erop dat de jongen geen kans op overleven hebben met de huidige bewoners. Om toch jongen over te houden zouden we de steen met daarop de vastgeplakte eieren moeten verhuizen naar een seperaat aquarium (echter dit is niet mogelijk aangezien de steen meer dan 100 kilo weegt). Tegenwoordig, na meerdere onsuccesvolle pogingen jonge vissen groot te brengen, is het koppel verhuist naar een pot van klei tijdens het broaden. Het mannetje bewaakt de smalle ingang vastberaden. Helaas is het nog steeds onmogelijk gebleken de jongen op te laten groeien.

Neolamprologus prochilus - Vrouw
Neolamprologus prochilus – Vrouw

Gezelschap voor de Neolamprologus prochilus

Neolamprologus prochilus moeten in koppels worden gehouden. Goede medebewoners zijn vissen uit de geslachten Cyphotilapia, Julidochromis, Lepidiolamprologus en andere vissen uit de Lamprologini groep. Je kunt ook Cyprichromis, Paracyprichromis of Bentochromis houden. In de literatuur vindt je ook de suggestive om de “prochilus” samen te kweken met de Xenotilapia of Gnathochomis permaxilaris, maar hun aard en vereisten kennende lijkt dat geen goed idee.
Alhoewel Ad Konings did not recommend connecting prochilus with altolamprologus in our tank the crew co-exist without any problem. This is an interesting combination in terms of similarities in body structure as well as and behavior.

Neolamprologus prochilus is een unieke vis, die extreme zeldzaam is in het aquarium. We hopen dat dit artikel helpt zijn groep fans over de hele wereld te vergroten.

Dank

We willen graag Krzysztof Mrzyglod bedanken voor de hulp bij het verkrijgen van de literaire bronnen.

Video

Auteur

Magdalena i Przemyslaw Mirek

Copyright foto’s

Magdalena i Przemyslaw Mirek – Suephoto.com

Bron
Suephoto.com (Niet meer beschikbaar)
Dit artikel is gepubliceerd in het blad “Nasze Akwarium (Our Aquarium)” 101 / 2008 (96)

Bronnen
1.    Bailey R. M., Stewart D. J., 1977, Cichlid fishes Lake Tangayika: additions to the Zambian fauna including two new species, Occasional papers of the Museum of Zoology University of Michigan, number 679: 18-22.
2.    Colombe J., Allgayer R., 1985, Description de Variabilichromis, Neolamprologus et Paleolamprologus, genres nouveaux du lac Tanganyika, avec rédescription des genres Lamprologus Schilthuis, 1891 et de Lepidiolamprologus Pellegrin, 1904 (Pisces, Teleostei, Cichlidae)., Rev. Fr. Cichlidophiles, 49 (5): 9-16, 21-28.
3.    Konings A., 2002, Pielegnice – moja pasja, Cichlid Press – Tigra System Polska, Piaseczno.
4.    Konings A., 2005, Back to Nature. Przewodnik po swiecie pielegnic z Tanganiki, Fohrman Aquaristic AB – Tigra System Polska, Piaseczno.

Websites:
http://www.tanganyika.ru/fishdesc.php?&fid=273
http://akvariesiden.akvariefisk.dk/species/show/?Name=Neolamprologus_prochilus
http://www.fishbase.org/Summary/SpeciesSummary.php?id=8751
http://cichlidae.com/gallery/species.php?s=111
http://www.suephoto.pl/index.php/galeria/index/5/230

Extra informatie

Familie

Geslacht

Soortnaam

Herkomst

Lengte Minimaal

Lengte Maximaal

Temperatuur minimaal

Temperatuur maximaal

pH minimum

pH maximum

GH minimum

GH maximum

Sociaal Gedrag

Broedgedrag

Dieet

Zone

Karakter

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Neolamprologus prochilus” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *