Otocinclus macrospilus – Gemarmerde Otocinclus

Otocinclus macrospilus of Gemarmerde Otocinclus wordt slechts zo’n 3,5 centimeter lang. Ze lijken sprekend op hun familielid Otocinclus vittatus.

Artikelnummer: Otocinclus macrospilus Categorieën: , ,

Otocinclus macrospilus

Otocinclus macrospilus is in 1942 officieel beschreven door Eigenmann en Allen. De naam Otocinclus is op te breken in twee woorden. Ous, oto is afkomstig uit het oud Grieks en betekent oor. Cinclus is afkomstig uit het Latijn en betekent rasterwerk, een verwijzing naar de gaten in de kop voor de oren.

Beschrijving

Otocinclus macrospilus kan een maximale totale lengte bereiken van zo’n 3,5 centimeter. De grondkleur is licht beige. Over de zijlijn loopt een donker bruine streep die bij de basis van de staartvin is onderbroken. Op de staartwortel is een duidelijke donkere vlek zichtbaar. Dezelfde bruine kleur zien we terug op de bovenkant van de vis, deze is bruin gemarmerd. De buikzijde is meer het lichte beige/wit van kleur.

Deze soort lijkt bijzonder veel op Otocinclus vittatus, en wordt ook vaak onder die naam aangeboden. Het meest duidelijke verschil is de zwarte band die over de flank loopt: bij deze soort wordt deze voor de basis van de staart onderbroken, bij Otocinclus vittatus loopt deze ononderbroken door. Daarnaast is bij deze soort de kleuring op de rug wat meer gemarmerd (zie foto).

Temperament

Een actieve, vreedzame en in het algemeen voor andere vissen ongevaarlijke gezelschapsvis (uitzondering zijn Maanvissen en Discusvissen, waar Otocinclus zich nog wel eens aan willen hechten) die altijd in een groepje dient te worden gehouden, minimaal 5-6 exemplaren maar beter 10 of meer. Huisvest deze dieren in een dicht beplant aquarium, dat voldoende mogelijkheden biedt tot schuilen biedt middels grootbladerige planten (zoals Zwaardplanten), afgeronde kiezels (voor de benodigde oppervlakten voor algen om op te groeien), kienhout en een laag afgerond grind als substraat om verwondingen aan de bek te voorkomen tijdens het foerageren op de bodem.

Herkomst

Zuid Amerika: bovenloop van de Amazone, Colombia, Ecuador en Peru.

Dieet

Deze kleine meerval wordt vaak gehouden om algenproblemen te lijf te gaan: algen vormen dan ook de integraal deel van het dieet. Maar deze vissen gaan vaak sneller door de algenvoorraad heen dan er nieuwe algen gevormd worden, en om die reden moet er bijgevoerd worden: denk bijvoorbeeld aan plantaardig voedsel als algen/spirulina tabletten en groenten (komkommer, aubergine, courgette, slabladeren en met kokend water overspoelde spinazie), maar ook vleeshoudend voedselsoorten zoals zinkende carnivoor tabletjes, tubifex en muggenlarven worden vaak probleemloos aangenomen.

Het Aquarium

Een aquarium van 45 centimeter lengte is voldoende voor een klein groepje van zo’n 5 eexemplaren van deze sociale en zeer actieve algeneters. Een dichtbegroeid aquarium met veel schuilplaatsen in de vorm van (kien)hout en rotsen en gedimde verlichting krijgt de voorkeur.

De Gemarmerde Otocinclus kan zonder problemen met meer soortgenoten gehouden worden, mits er voldoende schuilplaatsen geboden worden. Uiteraard is dan wel een wat groter aquarium noodzakelijk: voor een groepje van zo’n 8 a 10 vissen is een aquarium met een lengte van 80 centimeter een goed onderkomen.

Optimaal is zacht, licht-zurig water, wat verkregen kan worden door te filteren over turf of het gebruik van Zwart Water Extract. Maar de Otocinclus is een bijzonder sterke, aanpassingvaardige vis, en zal het ook in in harder, meer basisch water prima doen.

Kweek van de Otocinclus macrospilus – Gemarmerde Otocinclus

In gevangenschap is de Otocinclus macrospilus wel gekweekt maar de kweek is moeilijk en komt niet vaak voor. Het afzetten van de eieren verloopt eigenlijk net als bij Corydoras soorten. Ze nemen net als bij de Corydoras de T-positie in waarbij de man de vrouw vastgrijpt met zijn borstvinnen en lichaam. De eieren worden door de vrouw losgelaten en bevrucht.

De eieren worden veelal tussen de fijnbladige planten losgelaten maar ook wel langs het glas van het aquarium waarna ze naar beneden vallen.

De vissen zover krijgen dat ze ook daadwerkelijk afzetten is lastig. Mogelijke opties om te proberen zijn:

  • Water verversen met wat kouder water.
  • Andere soorten toevoegen die ook kweken (waarschijnlijk wordt de Otocinclus door vrijkomende hormonen dan getriggerd).

Na een paar dagen komen de bevruchte eieren uit. De jongen zijn dan echt zeer klein. Ze voeden zich dan met aanwezige kleine algen in het aquarium. Als je gebruik maakt van een apart kweek aquarium, zorg er dan dus voor dat hij goed is ingedraaid zodat ze zelf hun voer kunnen vinden. Je kunt ze eventueel bijvoeren met een heel klein beetje fijngewreven spirulina vlokken.

Opmerkingen

Zoals de meeste Otocinclus-soorten zijn de eerste 2-3 weken kritiek: uitval is bijzonder hoog gedurende deze eerste periode. Belangrijk zijn een goede (lees: langzame) acclimatisatie, een stressvrije omgeving en een goed en voedzaam dieet (nagenoeg alle exemplaren zijn wild-vang, en een groot deel van de vissen komt uitgehongerd aan). Men doet er dan ook goed aan de dieren tijdens de eerste weken bijzonder goed in de gaten te houden.

Video

Auteur 

Jonas Hansel – Piranha-info.com

Copyright foto’s

Jonas Hansel – Piranha-info.com

Onze lezers score
[Totaal: 2 Gemiddeld: 5]

Extra informatie

Familie

Geslacht

Soortnaam

Nederlandse Namen

Karakter

Sociaal Gedrag

Broedgedrag

Dieet

Min. lengte aquarium in cm

Herkomst

Landen

Ecosysteem

Lengte Minimaal

Lengte Maximaal

Temperatuur minimaal

Temperatuur maximaal

pH minimum

pH maximum

GH minimum

GH maximum

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Otocinclus macrospilus – Gemarmerde Otocinclus” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *