Pseudomugil tenellus – Sierlijk Blauwoogje

De Pseudomugil tenellus of in het Nederlands Sierlijk Blauwoogje is een klein blijvende soort die gehouden moet worden in wat warmer water.

Pseudomugil tenellus – Sierlijk Blauwoogje

Pseudomugil tenellus is een kleine vis met een gematigd samengedrukt en langgerekt lichaam, die uitgroeit tot een lengte van rond de 4-5 cm. Volwassen mannetjes hebben een oplichtend goudbruine lichaamskleur boven de middelste zijlijn en geelachtig bruin met een zilveren weerschijn eronder. De middelste zijlijn bestaat uit een reeks van onderbroken, zilverachtig reflecterende schubben die groter worden naarmate de vis ouder wordt. De lichaamsschubben zijn zwart omrand en vormen een aantrekkelijk kantwerk patroon. Ze hebben twee rugvinnen, zeer dicht bijeen, waarvan de eerste kleiner is dan de tweede. De vinnen hebben een achtergrondkleur van goudoranje met lichtgele buitenste randen, vaak afgezet met wit. De tweede rug- en anaalvin hebben een halfrond patroon van diverse witte vlekken. De staartvin heeft een zwarte zoom en is afgezet met wit. De borstvinnen zijn langs de achterste rand afgezet met oranje.

Zoals de Nederlandse naam (sierlijk blauwoogje) al suggereert, is de iris van het oog blauw. De kieuwdeksels en buikpartij zijn zilverachtig. De kleur kan echter variabel zijn en hangt af van de stemming van de vis, de waterkwaliteit en de voeding. Vrouwtjes en jongen hebben een gelijkende lichaamskeur, maar niet zo intens en ze hebben veel kleinere kleurloze afgeronde vinnen zonder tekening. Vrouwtjes hebben gewoonlijk een hoger lichaam dan de mannetjes, terwijl de volwassen mannetjes grotere rug-, anaal- en borstvinnen hebben. De verschillen in lichaamskleur en in het bijzonder het grotere formaat van de mannetjes maken de geslachten bij Pseudomugil tenellus eenvoudig van elkaar te onderscheiden.

Verspreiding en leefgebied

Pseudomugil tenellus werd het eerst verzameld in de East Alligator River nabij Oenpelli, in Northern Territory gedurende de Amerikaans-Australische wetenschappelijke expeditie van 1948. Ze waren naar verluidt veel voorkomend in grote billabongs (poelen) en kreken aan de voet van steile watervallen in de Oenpelli-regio. Ze werden evenwel pas in 1964 wetenschappelijk beschreven. Ze hebben een fragmentarische verspreiding over de noordelijke gebieden van het Northern Territory, van de Golf van Carpentaria tot het Cape York-schiereiland in Queensland. In Nieuw-Guinea zijn ze gevonden in de Bensbach River en op de Aru-eilanden, hoewel vermoed wordt dat hun verspreiding in zuidelijk Nieuw-Guinea veel breder zal zijn.

In Australië is Pseudomugil tenellus gemeld van stroomgebieden van de Alligator-, Blyth-, Daly-, Finniss-, Howard-, Liverpool- en Mary-rivierstroomgebieden in het Northern Territory, waar ze gewoonlijk gevonden worden in met oeverplanten begroeide billabongs in het overstromingsgebied. Ze zijn ook gevangen vanuit Leanyer Swamp, een getijdenmoeras noordoostelijk van Darwin; Rapid Creek, Benjamin Lagoon en meerdere andere kleinere stroompjes in het gebied rond Darwin. In Queensland zijn ze gevangen in de Coleman-, Edward-, Jardine-, Lockhart- and Watson-rivierstroomgebieden en in de Jacky Jacky en Scrubby Creek (in de buurt van Coen).

Pseudomugil tenellus wordt gewoonlijk aangetroffen in brak- of zoetwater in de kustgebieden. Ze zijn het meest algemeen in de laaggelegen begroeide moerassen in overstromingsgebieden en in langzaam stromende beekjes, gewoonlijk in gebieden met een dichte begroeiing van waterplanten. Ze worden gewoonlijk in de grootste aantallen aangetroffen in het midden van het natte seizoen. Jonge dieren zijn in alle seizoenen gevangen met een piek in het late natte tot het vroege droge seizoen. Jongen worden voornamelijk aangetroffen in poelen in overstromingsgebieden. Grotere jongen kunnen aangetroffen worden in hoofdwaterlopen. Volwassen dieren worden feitelijk in dezelfde leefgebieden aangetroffen als de jongen, maar ook in de hogere waterlagen van zoetwaterstromen. Zowel volwassen dieren als jongen zijn verkregen uit zoute moerassen in de mondings- en getijdenzone; het is aannemelijk dat ze hun hele leven in deze brakke leefgebieden kunnen doorbrengen. Waterwaarden in deze natuurlijke leefgebieden zijn: temperatuur 27-38°C; pH 5.0-7.1 en geleidbaarheid 6-120 mS. Dit geeft aan, dat deze soort een voorkeur heeft voor warmer water.

 

Video

Auteur

Adrian R. Tappin – Home of the Rainbowfish

Vertaling

Bert Evers

Copyright foto’s

Gunther Schmida
Dave Wilson
Hristo Hristov

Literatuur

Allen, G.R. (1989) Freshwater fishes of Australia. T.F.H. Publications, Inc., Neptune City, New Jersey.

Allen, G.R. (1991) Field guide to the freshwater fishes of New Guinea. Christensen Research Institute, Madang, Papua New Guinea.

Allen, G.R., S.H. Midgley end M. Allen (2002) Field guide to the freshwater fishes of Australia. Western Australian Museum, Perth, Western Australia.

Bishop, K.A., S.A. Allen, D.A. Pollard en M.G. Cook (2001). Ecological studies on the freshwater fishes of the Alligator Rivers Region, Northern Territory: Autecology. Supervising Scientist Report 145, Supervising Scientist, Darwin.

Davis, T.L.O. (1988). Temporal changes in the fish fauna entering a tidal swamp system in tropical Australia. Environmental Biology of Fishes 21(3): 161-172.

Dostine, P.L. (2003). The fauna of freshwaters in the Darwin Harbour catchment. In ‘Proceedings: Darwin Harbour region: Current knowledge and future needs’. Department of Infrastructure, Planning and Environment, Darwin.

Hansen, B. (1987) Werneri from the wild. Fishes of Sahul 4(2): 164-168.

Herbert, B. W., Peeters, J. A., Graham, P. A. en Hogan, A. E. (1995). Freshwater Fish and Aquatic Habitat Survey of Cape York Peninsula. (Cape York Peninsula Land Use Strategy) Queensland Department of Primary Industries, Brisbane.

Ivantsoff, W., Crowley, L.E.L.M., Howe, E. en Semple, G (1988). Biology and early development of eight fish species from the Alligator Rivers Region. Technical memorandum 22, Supervising Scientist for the Alligator Rivers Region, AGPS, Canberra.

Larson, H.K. en K.C. Martin (1990) Freshwater Fishes of the Northern Territory. Northern Territory Museum of Arts and Sciences.

Merrick, J. R., en G. E. Schmida (1984) Australian freshwater fishes: biology and management. Griffin Press, Netley, South Australia.

Northern Gulf Resource Management Group (2004) Northern Gulf Region Natural Resource Management Plan.

Saeed, B., Ivantsoff, W. en Allen, G. R. (1989). Taxonomic review of the family Pseudomugilidae (Order Atheriniformes). Australian Journal of Marine and Freshwater Research 40: 719-787.

Semple, G. P. (1985). Pseudomugil tenellus – maintenance, reproduction and early development of the delicate blue-eye. Fishes of Sahul 3(2): 109-113.

Taylor, W. R. (1964) Fishes of Arnhem Land. Records of the American-Australian scientific expedition to Arnhem Land. Vol. 4, Zoology edited by R. L. Specht. deel 4: 45-307, Pls. 1-68.

Onze lezers score
[Totaal: 0 Gemiddeld: 0]

Extra informatie

Familie

Geslacht

Soortnaam

Herkomst

Lengte Minimaal

Lengte Maximaal

Temperatuur minimaal

Temperatuur maximaal

pH minimum

pH maximum

GH minimum

GH maximum

Sociaal Gedrag

Broedgedrag

Dieet

Zone

Karakter

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Pseudomugil tenellus – Sierlijk Blauwoogje” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *