Pterophyllum leopoldi

Van de maanvissen is de Pterophyllum leopoldi de kleinste. Ze zijn ook iets ronder dan de Pterophyllum scalare en altum. Een makkelijk te herkennen kenmerk is de zwarte vlek aan de basis van de rugvin bovenaan de vierde streep op hun flank.

Pterophyllum leopoldi

De geslachtsnaam Pterophyllum is afkomstig uit het Grieks en betekent “Vinnen als een blad”. De soortnaam leopoldi is een verwijzing naar de Belgische Koning Leopold III. De soort is in 1963 beschreven door Gosse en is daarmee de laatst beschreven soort binnen geslacht.

Er is in de tussentijd nog wel wat onenigheid geweest over de indeling van de familie. In 1979 heeft Warren Burgess beschreven dat Pterophyllum scalare en Pterophyllum altum varianten van dezelfde soort zouden zijn. In de literatuur werden daarom de namen P. scalare scalare en P. scalare altum gebruikt. Pas in 1986 herschreef Sven Kullander de familie opnieuw waardoor er weer officieel drie soorten Ptherophyllum bestaan.

In de handel worden ze soms ook aangeboden onder de foutieve naam Pterophyllum dumerilii. Bij het grote publiek worden de drie soorten ook wel gewoon maanvis genoemd.

Synoniem: Plataxoides leopoldi

Beschrijving

De vorm van de Pterophyllym leopoldi lijkt grofweg op een blad. Het lichaam is vrijwel rond, de rug- en anaalvin lopen ver uit het lichaam vandaan. De buikvinnen zijn sterk verlengd en lopen uit in lange draden. Door hun hoge bouw en lange vinnen kunnen ze in totaal een hoogte bereiken van zo’n 25 tot 35 centimeter.

De basiskleur is zilver met daarop bruin/rood over de rug, de rugvin, in de staartvin en anaalvin. Afhankelijk van de stemming van de vis lopen op de flank zwarte strepen, deze zijn niet allemaal even diep gekleurd.

Van de maanvissen is de Pterophyllum leopoldi de kleinste. Ze zijn ook iets ronder dan de Pterophyllum scalare en altum. Een makkelijk te herkennen kenmerk is de zwarte vlek aan de basis van de rugvin bovenaan de vierde streep op hun flank.

Het geslachtsonderscheid is net als bij de andere Pterophyllum soorten moeilijk te zien. Het onderscheid is het makkelijkst wanneer een koppel eieren afzet. De legbuis van de vrouw is ronder dan het geslachtsorgaan van de man, deze loopt meer in een puntje uit. Doorgaans is de man ook iets groter dan de vrouw.

Omdat deze soort zich met meer soortgenoten het best op zijn gemak voelt is het aan te raden een groep te houden van minimaal 6 exemplaren. Zonder of met te weinig soortgenoten voelen ze zich vaak niet op hun gemak en zullen de kleuren vaak vervagen. Binnen de groep zullen ze een rangorde vaststellen, hiervoor kunnen ze schijngevechten houden. Ze ruziën ook van tijd tot tijd over een stuk territorium. De strepen zijn een van de manieren waarop de Pterophyllum leopoldi met elkaar communiceren.

Pterophyllum leopoldi karakter

De Pterophyllum leopoldi heeft net als de andere maanvis soorten een zeer rustig karakter. Ze bewegen zich langzaam en statig door het aquarium. Houdt ze dan ook niet met heel actieve of agressieve soorten samen. Vermijd ook vinnenbijtertjes zoals sommige tetra soorten. Ze kunnen prima gecombineerd worden met niet agressieve meervallen, niet al te grote modderkruipers (oa. Botia’s), karperzalmpjes, Trigonostigma en Rasbora soorten of bijvoorbeeld de Congo Tetra. Vermijd in ieder geval Betta’s en Gourami’s.

Het is echter nog wel altijd een cichlide, kleinere vissoorten die in hun bek passen worden dan ook gezien als voer. Neon tetra’s en Kardinaal tetra’s houden het soms lang vol als ze volwassen zijn. In de winkel worden vaak jonge en kleine dieren aangeboden. Grote kans dat je deze soorten een voor een ziet verdwijnen.

Biotoop

De Pterophylum leopoldi kent een groot verspreidingsgebied. Ze komen voor in het stroomgebied van de Amazone, in de Rio Solimões tussen Manacapuru en Santarem; in de Rio Rupuni en de Rio Essequibo in Guyana.

Ze leven daar in langzaam stromende riviertjes en stroompjes. Ze houden zich op tussen de wortels en takken. De Pterophylum leopoldi zul je in snelstromend water niet vinden. Het water is daar zacht en zuur.

Dieet

De Pterophyllum leopoldi is een omnivoor. In gevangenschap gekweekte dieren zullen eigenlijk al het aangeboden voer wel aannemen. Wildvang dieren zullen meestal in eerste instantie droog- en doodvoer niet aannemen. Je kunt ze dan voeren met levende artemia, watervlooien, muggenlarven en tubifex. Wissel het levende voer af met diepvries en af en toe wat vlokken om ze langzaam te laten wennen aan het voer wat je normaal geeft. Geef ze in in ieder geval afwisselend voer om ze in goede conditie te houden.

Let op dat je ze spaarzaam voert. Het zijn doorgaans gulzige eters die de neiging hebben om zichzelf vol te blijven vreten wat resulteert in te dikke vissen. Dit zal de levensduur van de vis zeker bekorten. Voer ze dus hooguit een of twee keer per dag net zoveel als ze in een paar minuten op kunnen eten.

Het Aquarium

De hoogte van het aquarium is voor de Pterophyllum leopoldi bijna net zo belangrijk als de lengte. Doordat de vis zelf al tot 35 centimeter hoog kan worden moet de waterhoogte daar wel een beetje bij passen. Houdt ze daarom in een aquarium met een minimale waterhoogte van zo’n 50 centimeter. Voor een groepje van 6 vissen volstaat een aquariumlengte van 120 centimeter maar liever nog 150 centimeter.

Gebruik op de bodem zand, ze happen vaak in het zand op zoek naar wat eetbaars. Het aquarium kun je verder inrichten met hout en wortels etc. ze vinden het heerlijk om tussen de stengels van bijvoorbeeld Valisneria te hangen. Vaak worden ook grootbladige planten als Echinodorus bleheri gebruikt of andere zwaardplanten.

De vissen houden niet van al te veel licht. Zorg dus voor wat gedempt licht en maak gebruik van bijvoorbeeld wat drijfplanten. Dit geeft ze een natuurlijke donkerder plek waar ze zich veilig voelen.

Een filter mag in ieder geval niet teveel stroming in het water veroorzaken. Het water moet natuurlijk wel gefilterd worden maar stroming wordt niet op prijs gesteld. Ververs regelmatig kleine hoeveelheden. Ze zijn gevoelig voor plotselinge schommelingen in de watersamenstelling. Hierbij zijn wildvangdieren nog weer gevoeliger dan nakweek dieren. Zorg er in ieder geval voor dat het nitraat niveau laag blijft. Dit kun je bereiken door planten te gebruiken en regelmatig water te verversen.

In het wild leven ze op zeer zacht (GH 3 tot 8) en zuur water met een pH die onder de 5 kan zakken. Houdt in het aquarium een pH aan van 5.5 tot 7.0. Voor wildvang dieren is het wellicht raadzaam een iets lagere pH aan te houden. Over turf filteren geeft het water een donkerdere en voor de vissen natuurlijke kleur.

Waterwaardes:
Temperatuur: 25-31 ºC
PH: 5.5-6.8
GH: 3-8 ºDH

Om Pterophyllum leopoldi na aanschaf over te wennen aan jouw waterwaardes kun je ze het beste overwennen met behulp van de druppel methode. Plaats de vissen hiervoor in een ruime emmer met het water wat je hebt meegenomen vanaf de winkel of hobbykweker. Neem een stuk luchtslang en maak hier een losse knoop in. Laat nu water uit het aquarium langzaam in de emmer druppelen. Laat dit water een uur of 2 druppelen en de vissen zijn klaar om naar het aquarium te verhuizen. Laat het water in de emmer en verhuis alleen de vissen naar het aquarium.

Kweek Aquarium en Conditioneren

Om een goed kweekkoppel te krijgen kun je twee dingen doen. Een bewezen kweekkoppel kopen bij een andere kweker of beginnen met een groep jonge dieren en wachten totdat daar een goed koppel uit voort komt. Het eerste is waarschijnlijk wat duurder en geeft ook geen 100% garantie dat deze dieren bij jou thuis ook willen kweken. De tweede methode duurt wat langer.

Als de dieren de leeftijd bereiken dat ze willen gaan paren zal een koppel zich afscheiden van de groep. Ze zoeken een territorium om hun eieren af te zetten. Een geschikte locatie hiervoor is het blad van bijvoorbeeld een zwaardplant of je kunt ze een handje helpen door een platte steen schuin in het aquarium te zetten. Zorg er dan wel voor dat deze stevig staat en niet kan omvallen.

Om het afzetten te stimuleren kun je de pH verlagen tot onder de pH 6.0 en de temperatuur wat verhogen tot zo’n 30 graden.

Het kweken en daarna groot brengen gaat het makkelijkst in een speciaal kweek aquarium zonder andere bewoners en zonder substraat. Het aquarium zelf hoeft niet heel groot te zijn. Een aquarium vanaf 100 liter is al voldoende voor een koppel. Zorg er wel voor dat het aquarium hoog genoeg is. Filter dit aquarium met een sponsfilter. De jongen zijn vrij klein en zijn niet bestand tegen al te veel stroming.

Geef de maanvissen goed en afwisselend voer. Wissel het droogvoer af met diepvries of levend voer zoals zwarte- en witte mug, tubifex etc.

Het afzetten

Zodra het koppel klaar is om af te zetten krijgen ze interesse in een plat voorwerp zoals het blad van een zwaardplant of een platte steen. Het oppervlak wordt zeer grondig schoongepoetst. Alle andere aanwezige vissen worden zeer vakkundig op een afstand gehouden. De kleuren van de vissen worden donkerder en intenser.

De legbuis van de vrouw wordt zichtbaar. Als ze tevreden is over de plek waar de eieren moeten komen maakt ze eerst een paar test runs over de plek heen waarbij de legbuis net aan het oppervlak raakt. De man volgt de beweging op de voet. Hierna legt de vrouw de eieren in series van 8 a 9 de eieren. De man volgt haar en bevrucht de eieren.

Het aantal eieren is fors kleiner dan bij de Pterophyllum scalare. Meestal bestaat een nest uit zo’n 70 tot 150 eieren. Het afzetten van de eieren neem niet meer dan 2 a 3 minuten in beslag, een en ander afhankelijk van hoe vaak het nodig is om andere vissen te verjagen.

Het koppel zal om de beurt de eieren bewaaieren om ze te voorzien van vers zuurstofrijk water. De eieren zelf zijn een beetje gelig, 1 tot 1,5 mm groot en niet doorzichtig. Hoewel ze beiden de eieren bewaaieren neemt het vrouwtje het grootste deel van dit werk op zich, het mannetje bewaakt wat vaker het territorium en verjaagt de overige bewoners. De ouders verwijderen de onbevruchte of beschimmelde eieren om te voorkomen dat ze ook de andere eieren aantasten.

Opgroeien van de jongen

De eieren komen na 36 tot 72 uur uit. Ze blijven dan nog zo’n 6 dagen vastzitten op de plek en teren dan op hun eidooier. Als ze voortijdig van het oppervlak afvallen blijven ze die dagen op de bodem liggen. Vandaar dat je beter kunt werken met een kale bodem.
Na een dag of zeven zijn de larfjes voldoende ontwikkeld om te kunnen zwemmen. Ze leven dan nog steeds van hun eidooierzak.

Als hun eidooierzak is verteerd kun je ze gaan bijvoeren. Zorg dat je een constante voorraad vers uitgekomen artemia hebt klaarstaan. Voer dit een 4 of 5 keer per dag zodat ze goed kunnen groeien.

De jongen groeien redelijk snel mits ze maar voldoende voer krijgen. Voer hiervoor regelmatig kleine porties. Na een week of 5 zijn ze groot genoeg om ze bij te kunnen voeren met droogvoer.

De jongen lijken de eerste paar weken op kleine tetra’s. Pas na een week of 6 beginnen ze wat hoogte te krijgen en krijgen ze ook de verticale strepen.
Jonge maanvissen zijn gevoelig voor vervuild water. Ververs dan ook zeer regelmatig en hevel het vuil van de bodem af. Met voldoende voer en voldoende vers water zijn ze na een maand of 3 groot genoeg om ze bij de ouders terug te zetten of ze te koop aan te bieden.

Conclusie

De Pterlophyllum leopoldi is een statige soort die het beste tot zijn recht komt als hij de hoofdbewoner van het aquarium is. Richt het aquarium in naar de wens van deze soort en hij laat je een zeer interessant schouwspel zien.

Video

Auteur

John de Lange

Copyright foto’s

Gert Blank

Bronnen

Extra informatie

Familie

Geslacht

Soortnaam

Herkomst

Landen

,

Ecosysteem

, , ,

Lengte Minimaal

Lengte Maximaal

Temperature minimum

Temperature maximum

pH minimum

pH maximum

GH minimum

GH maximum

Sociaal Gedrag

Broedgedrag

Dieet

Zone

Karakter

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Pterophyllum leopoldi” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *