Rocio ocotal

Rocio ocotal is een zeer fraaie Midden Amerikaanse cichlide. Ze zijn echter zeer territoriaal en alleen samen te houden met andere robuuste cichliden, en dan nog is het afwachten of dit goed gaat.

Beschrijving

Rocio ocotal

Al in 1957 wees de inmiddels gestorven Amerikaanse ichthyoloog Robert Rush Miller op een onbeschreven Jack Dempsey soort in Laguna Ocatal. Tot een officiele beschrijving kwam het niet. Hij noemde de vis voorlopig Cichlasoma (Parapetenia) sp. Het heeft er alle schijn van dat Miller later van mening is veranderd want in zijn latere werk zoals “Freshwater Fishes of México” komt deze soort niet meer ter sprake. De betekenis hiervan wordt door Miller zelf nog verder vergroot doordat hij het taxon uit Quantana Roo (R. gemmata) wél blijft noemen. Mogelijk dat Miller de verschillen bij nader inzien toch iets te gering vond voor soortstatus..? We zullen het nooit weten.

Maar Miller was niet de enige die de afwijkende karaktertrekken bij deze soort had opgemerkt. Zodoende reisde Uwe Werner samen met H. Breidohr en H. Garbe in 1991 af naar Mexico om naar de soort op zoek te gaan. Laguna Ocotal lag zeker in die tijd nogal geïsoleerd, maar met behulp van een Indiaanse gids en de hulp van een ezel wisten deze natuurvorsers na een lange voettocht de lagune toch te bereiken. Zo kwam Rocio ocotal uiteindelijk naar Europa.

De Rocio ocotal zou zich vooral onderscheiden door de intensievere roodtinten maar dit kenmerk is inmiddels bij meer populaties in Guatemala aangetroffen. Van de Rio Sarstoon bijvoorbeeld is een intensief rood gekleurde variant van R. octofasciata bekent. D.XVII–XIX 9–10, A. VII–IX 6–9 (meestal 7), P.16. Grootste exemplaar dat Schmitter-Soto ving was 9,6 cm maar in aquaria halen ze gemakkelijk meer dan het dubbele. Lichaam doorgaans slank hoogte 41–46% van lichaamslengte. Koplengte 35-41% van de lichaamslengte. 12 tot 16 rijen lichte vlekjes op de flanken, gecentreerd in iedere schub.

Schmitter-Soto geeft de volgende diagnose: Buik roodachtig (ipv. wit of grijsachtig); Buikvinstralen lopen door tot aan het begin van de aarsvin (ipv bijna altijd tot voorbij de eerste of tweede aarsvinstraal) enkelpuntige voortanden in onderkaak (ipv. gewoonlijk tweepuntige ondertanden); Met gaatjes voorziene schubben (secondary pores) aan de staartvinbasis aanwezig (vs. afwezig dan wel sporadisch); Vlekken op schubben van de flanken afwezig (vs. aanwezig); Zintuiggaatjes in de onderkaak 4 of 5 (ipv. Altijd 4).

Etymologie

Rocio = De naam van Juan Schmitter-Soto’s vrouw. Spaans voor dauwdruppels.
Ocotal = Afkomstig van Laguna Ocatal, welke weer afkomstig is van het Spaans Ocotal, wat Ocotebos betekent, Ocote is een bepaald soort Pinus, een naaldboom die hier veel groeit of groeide.

Herkomst

Mexico

Verspreiding

Voor zover bekend endemisch in Laguna Ocotal (bovenloop Usumacinta), maar mogelijk dat de soort ook in de omringende hooglandmeren voorkomt. Het woord “lagune” veronderstelt de nabijheid van de zee maar deze heeft zich inmiddels tot ver voorbij de horizon teruggetrokken. Het meer ligt zeer geïsoleerd op een ongeveer 1000 meter hoog plateau volledig omringd door bossen. Het meer is onderdeel van één van de laatst overgebleven regenwouden van Mexico “Selva Lacondona” dat zeer in trek is bij ecotoeristen. Hier een promotiefilmpje van het gebied.

De Ornitoloog Raymond A. Paynter deed hier namens het Museum of comparative Zoology te Harvard, in Juli 1954 onderzoek en ving hier het Holotype waarop Schmitter-Soto later zijn beschrijving baseerde.

Gedrag

Ze zijn zeer territoriaal en alleen samen te houden met andere robuuste cichliden, en dan nog is het afwachten of dit goed gaat. Tijdens de broedperiode zijn ze zeer agressief en dulden dan ook geen andere vissen in de buurt.

Voedsel

Als voedsel kan zowel levend voer als diepvriesvoer gegeven worden, zoals muggelarven, insekten, regenwormen, garnalen en stukjes runderhart, ook cichlidensticks worden geaccepteerd.

Kweek

De kweek is vrij eenvoudig, het beste kan men beginnen met een groepje jonge vissen, waaruit later een goed koppel gevormd kan worden. Er worden tot zo´n 800 eitjes op een platte schoongepoetste steen afgezet en bevrucht. Na 3 à 5 dagen komen de eitjes uit, en worden de jongen intensief beschermd en verzorgd door beide ouders. De jongen kunnen opgekweekt worden met artemia-naupliën.

Aquarium

Sinds het eind van de vorige eeuw hebben vangreizen van aquariumhouders naar de typelocatie er voor gezorgd dat de soort in Europa verkrijgbaar werd. In hoeverre de dieren nu anno 2015 nog soortzuiver zijn valt te betwijfelen. Er zijn geen stamboeken bijgehouden en het morfologische verschil met Rocio octofasciata is zo gering dat een vergissing snel gemaakt is. Ook ten opzichte van de verzorgingseisen zijn bij aquariumhouders geen verschillen opgemerkt dus wat hier geldt voor Rocio octofasciata geldt ook voor Rocio octal.

Referentie

Schmitter-Soto J. 2007. “A systematic revision of the genus Archocentrus (Perciformes: Cichlidae), with the description of two new genera and six new species”. Zootaxa. n. 1603, pp. 1-78

Literatuur

Schmitter-Soto J. 2007. “A systematic revision of the genus Archocentrus (Perciformes: Cichlidae), with the description of two new genera and six new species”. Zootaxa. n. 1603, pp. 1-78

Video

Auteur

Rene Beerlink – NVCWeb

Extra informatie

Familie

Geslacht

Soortnaam

Herkomst

Lengte Minimaal

Lengte Maximaal

Temperatuur minimaal

Temperatuur maximaal

pH minimum

pH maximum

GH minimum

GH maximum

Sociaal Gedrag

Broedgedrag

Dieet

Zone

Karakter

Beoordelingen

Er zijn nog geen beoordelingen.

Wees de eerste om “Rocio ocotal” te beoordelen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *