Beginners, Killivissen

Beginners gids voor Killies

Beginners gids voor Killies

Als kleine vooruitblik en ook als disclaimer, wil ik beginnen met te melden dat er honderden, zoniet duizenden soorten killies zijn en dat er niet 1 set regels kan zijn die voor allemaal geldt. De tekst hieronder geldt globaal voor een grote groep afrikaanse killies, namelijk de Aphyosemion, Fundulopanchax en Epiplatys. Deel van het plezier in het houden van Killies is het uitzoeken wat voor jou werkt bij een specifieke soort. De tekst is vooral bedoeld om een goede start te geven bij deze zoektocht. Daar komt bij dat killies meestal gehouden worden door kweker-hobbyisten en niet om te gebruiken in een decoratieve gezelschapsbak met een rode, een groene en wat van die blauwe, die makkelijk vervangen worden als er weer eens eentje sneuvelt. Killies springen vaak en hoog. HOU HET AQUARIUM GOED DICHT! Het kunnen echte ontsnappingsartiesten zijn. Niet 1 jarige killis hebben doorgaans een levensduur die afhankelijk is van de temperatuur van het water. Warm water heeft doorgaans als resultaat dat de jongen in een half jaar volwassen zijn en dat de totale levensduur van de vis uitkomt op onogeveer 2,5 a 3,5 jaar. Koeler water zorgt ervoor dat de jongen pas na een jaar volwassen zijn en geeft een levensduur van ongeveer 5  tot 6 jaar.

We beginnen bij het begin: Killies zijn eier leggende tandkarpers, de “neven” zoals je wil van de levendbarende tandkarpers (guppies, plaatjes, zwaarddragers etc. ) They are small top minnows. Ze komen in bijna alle regionen van de wereld voor.

Waarom die stomme latijnse namen?

De juiste vraag moet zijn: Waarom hebben niet alle vissen een knappe Nederlandse namen gekregen? Het antwoord is simpel. Met de Latijnse/Griekse namen die ze nu hebben kunnen de soorten door de hele wereld heen herkend worden door de hobbyisten. Met plaatselijke “kleurrijke namen” gebaseerd op een kenmerk of soms op helemaal niets, is een uniforme identificatie zo goed als onmogelijk. Voor veel Killies gaan we zelfs een stap verder en gebruiken we binnen een soort de vangstplaats, jaar van de vangst en soms zelfs een vangstcode gebaseerd op de initialen van de vanger. Waarom zo specifiek zijn? Een “locale variant” van een soort kan achteraf eigenlijk wel eens een andere, nieuwe soort blijken te zijn. Ook zoeken mensen naar ras zuivere soorten indien mogelijk, net als bij honden. Als je een hond koopt vraag je ook niet naar een hond maar naar een specifiek ras. Van een goede fokker krijg je de garantie dat de hond die je hebt gekocht de juiste genen van zijn ras zal doorgeven.

1 jarige versus niet eenjarige Killies

Een belangrijk onderscheid wordt gemaakt tussen soorten die leven in permanente wateren en de soorten die leven in tijdelijke wateren en hierdoor dus een korte levensduur hebben, namelijk gedurende de periode dat er water is. Killies in deze groep heten dan ook 1 jaars Killies. De 1-jaars Killievissen zetten eieren af op een substraat in hun omgeving, soms duiken ze hierbij zelfs in de modder of het sediment op de bodem en verdwijnen compleet uit het zicht totdat de eieren zijn gelegd. De eieren liggen volledig on-ontwikkeld in de modder of het sediment te wachten totdat het meertje, plas of stroom opdroogt. Eenmaal droog beginnen de eieren zich te ontwikkelen en als het weer begint te regenen zullen sommige van de eieren klaar zijn om uit te komen. De eerste keer dat het regent zullen niet alle eieren uitkomen omdat het in de natuur weer erg snel droog kan zijn. Sommige eieren wachten op de tweede of zelfs derde periode van regen voordat ze uitkomen. De jongen groeien snel en zijn doorgaans erg strijdvaardig aangezien er maar een korte periode is om een nieuwe generatie te starten. Binnen deze groep eenjarigen vallen veel Zuid Amerikaanse Killies en Afrikaanse Nothobranchius soorten.

Totdat een Killie hobbyist wat meer ervaring heeft opgedaan is het naar mijn mening beter om te beginnen met wat langer levende Killies. Dit is om 2 redenen: Als eerste omdat je eenjarigen het beste direct van de kweker kunt kopen of zelf opkweekt via de eieren. Als er niemand in de buurt eenjarigen opkweekt zijn eieren het beste. Met eieren moet je bereid zijn tot een lang wachten op de juiste datum om ze weer nat te maken (3 tot 9 maanden, afhankelijk van de soort). Dit lange wachten kan erg ontmoedigend werken. Ten tweede, de incubatie temperatuur speelt een grote rol in de incubatie tijd. Een beginner heet wellicht niet de juiste middelen om de juiste temperatuur te handhaven en hierdoor de eieren te vroeg of te laat zal proberen de eieren uit te laten komen. Eenmaal uitgekomen hebben de jongen direct voer nodig en een beginnende Killie hobbyist is hier doorgaans niet goed op voorbereid.

Hiermee probeer ik de beginner slechts “tijdelijk” te ontmoedigen en nog even te wachten met 1-jarigen. Naar mijn idee is het beter te beginnen met niet 1-jarigen, hiermee te kweken, jongen op te laten groeien en dan pas beginnen met 1-jaringen. Aanvullend wil ik opmerken dat ik niet 1-jarige Killies heb gekweekt en gehouden en kan hierover niet veel meer zinnig advies geven. Als je toch vastberaden bent om te starten met 1-jarigen, stel ik voor dat je begint met Cynolebias (tegenwoordig Simpsonicthys) whitei als de beste optie voor een beginner.

Simpsonichthys santanae man

Simpsonichthys santanae man

De meerjarige Killies behoren tot de meest kleurrijke zoetwatervissen, de zoutwater vissen evenarend in schoonheid. Als de omstandigheden juist zijn, zullen ze elke dag een paar tot veel eieren leggen. De eieren doen er doorgaans 2 tot 3 weken over om te ontwikkelen en uit te komen. Killie jongen zijn anders dan andere vissen, eenmaal uitgekomen zwemmen ze vrij rond en zijn direct op zoek naar voer. Ze zitten in reletief harde eierschalen en consumeren alle voedingsstoffen voordat ze uit de eierschaal los breken. Aangezien er slechts een paar eieren per keer worden gelegd, is er geen “nest” om groot te brengen, maar veel visjes van verschillende leeftijden. Dit is waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom Killies niet commercieel worden gekweekt en verkocht. Een andere reden dat Killies meer een Hobbyist-kweker-vis is dan een aanvulling op een gezelschapsbak is dat ze niet eenvoudig zijn te vinden. Je kunt gewoonweg niet naar de locale Aquariumwinkel rennen en een vrouwtje halen omdat de jouwe is overleden of uit de bak is gesprongen. Je start met 2 paar van 1 soort, kweekt met ze en houdt deze soort generatie na generatie. Als je dit niet doet bestaat de kans dat je deze soort  lange tijd niet meer kan vinden. Zeer weinig kwekers zullen je alleen een man of alleen een vrouw verkopen tenzij ze een groot overschot van een van beiden hebben. Daar komt bij dat de verzendkosten van slechts 1 exemplaar de aanschafkosten van het oorspronkelijke  koppel makkelijk kan overstijgen.

Alhoewel veel Killies het goed kunnen doen in een gezelschapsbak, houden de meeste mensen ze in aparte bakken, per soort gescheiden. Een “kweekbak”is doorgaans 15 tot 25 liter groot en wordt gebruikt voor 1 volwassen paar. Kleine bakjes, die bekend staan als “eierdoosjes” worden gebruikt om de jongen in op te kweken gedurende de eerste paar weken tot een maand. Grotere bakken worden hierna weer gebruikt om ze verder uit te laten groeien. ( op deze leeftijd zijn ze te groot om door hun oudere broers en zusters te worden opgegeten, vissen met een paar weken tot een maand verschil in leeftijd kunnen bij elkaar worden gehouden). Als ze samen opgroeien, ontstaat er een natuurlijke hierarchie en de strijd om de dominantie blijft uit zolang er genoeg ruimt is voor de vissen. Verschillende soorten Killievissen worden doorgaans niet bij elkaar in 1 aquarium gehouden tenzij er alleen mannetjes in worden gedaan. Als de soorten erg van elkaar verschillen, zoals soorten van het geslacht Epiplatys en soorten van het geslacht Aphyosemion, kun je de mannen bij elkaar houden, ervan uit gaande dat ze ongeveer even groot zijn. De vrouwen van veel soorten lijken heel erg veel op elkaar en zijn moeilijk uit elkaar te houden, niet alleen voor ons maar ook voor de mannelijke vissen. De mannen zullen paren met vrouwtjes van andere geslachten en produceren dan onvruchtbare jongen die in sommige gevallen overleven en op de ouders lijken. Dit is NIET GOED! Als deze bastaard jongen overleven en verder in de hobby terecht komen kan dat het einde betekenen van die specifieke soort. Hou daarbij in het achterhoofd dat het verschillende soorten zijn, het is niet zoals bij het kruisen van een Cocker Spaniel met een Collie (beide Hond, zelfde soort, alleen andere varieteit). Je krijgt niet alleen een bastaard, je krijgt steriel nageslacht. Net als met rashonden, verschillende variëteiten en verschillende locaties van dezelfde soort worden niet gemixt aangezien voor de meeste hobbyisten de raszuivere dieren meer waarde hebben.

Aphyosemion ogoense

Aphyosemion ogoense

Ok, ik wil Killies proberen – Wat nu?

Allereerst moet je een paar dingen weten. Antwoorden op de volgende vragen bepaalt welke, killies voor jou het beste werken. De meeste Aphyosemion, Epiplatys en Fundulopanchax soorten kunnen het beste gehouden worden in zacht, zuur water.

1) Wat voor water heb je? Hardheid (Kh), Temperatuur en Ph
2) Ben je bereid levend voer te gebruiken? Artemia, witte wormen of Watervlooien kweken; of wil je jezelf beperken tot vlokken of bevroren voer. Het kopen van levend voer in de locale aquarium winkel kan behoorlijk duur worden.

1) De meeste Aphyosemion, Fundulopanchax and Epiplatys killies zullen wel overleven in hard alkalisch water, maar hun natuurlijke omgeving bevindt zich boven hard gesteente en het water kan hierdoor weinig mineralen oplossen en dus blijft het water zacht. Kalk en magnesium carbonaat in het water kan er voor zorgen dat het ei-membraam “uithard” voordat het is bevrucht, wat resulteert in veel steriele eieren. De vissen hebben er (doorgaans) geen last van, maar de eieren wel. Als het water uit de kraan een Kh heeft van 0 tot 4 dan woon je in een zeer goed Killie land. Met een Kh van 6 tot 10 zullen veel soorten het goed doen (veel van de Fundulopanchax bijvoorbeeld). Als de Kh boven de 10 uitkomt, zul je waarschijnlijk eerst wat maatregelen moeten nemen om het water aan te passen zodat het wat beter past bij de behoeftes van de Killies. Als erg kleine voorraad kan gedistilleerd water uit de winkel (geen bronwater) in kleine hoeveelheden toegevoegd worden aan de kweekbak. Een omgekeerd Osmose apparaat kan dit pure water gewoon thuis maken (dit apparaat kost doorgaans tussen de € 80 en € 200), dit is de verlossing voor veel Killie houders als uitstekende manier om zeer goed water te kunnen maken. Als je heel erg hard water hebt, Kh > 15, overweeg dan om Cichliden te houden uit het Tanganyika of Malawi meer, of kies uit een zeer beperkt gezelschap Killies, of zorg voor een betere water bron.

Arikaanse Killies komen voor in een aantal temperatuur zones. Sommigen doen het beter in water van 18° tot 20° celsius, sommigen in water van 21° tot 23° en sommigen in water van rond de 26° celsius. Hoewel de meesten kunnen overleven in water van 10° tot 28° celcius, is het broeden doorgaans beperkt tot de voorkeurs temperatuur voor deze soort. Gelukkig is de Ph niet zo heel moeilijk aan te passen. Filteren over turf of het gebruik van eiken extract verlaagt de Ph gemakkelijk naar de gewenste waarde. Een Ph van 6 of 7 is doorgaans goed genoeg. Veel niet jaarlijkse Killies doen het goed bij een Ph boven de 7.0, hoewel de meeste die ik heb gekweekt het beter doen in een Ph van 6.0 tot 7.0.

2) Alhoewel veel Killies bevroren voer of vlokvoer opnemen is levend voer beter en zeker als je ze wil kweken en jongen wil laten opgroeien. Sommige thuis uitgewerkte formules werken uitstekend, hoewel levend voer vaak noodzakelijk is voor jongen aangezien beweging ze naar het voer lokt. Dit is waarschijnlijk waar voor de meeste aquarium vissen als je succesvol wil gaan kweken. De Epiplatys soorten geven er doorgaans de voorkeur aan om voer op te nemen aan het wateroppervlak en veel zullen aardig content zijn met drijvend voer als vlokken en bevroren klompjes diepvries voer. Fundulopanchax eten doorgaans vanaf het midden tot de bodem van het aquarium. Ze zijn doorgaans groter dan Aphyosemions en minder schuw dus bevroren voer wordt doorgaans wel gegeten. Veel Aphyosemion soorten zijn schuw en tenzij erg hongerig zullen ze slechts zeer aarzelend hun schuilplaatsen verlaten op zoek naar niet bewegend voer. Bij al deze soorten komen uiteraard uitzonderingen voor.

3) Het vinden van een bron voor Killie eieren is een nooit eindigend spel. Naar mate je besluit meer en meer soorten te houden, zal je  met steeds meer Killie houders kontakt opnemen. Een goede investering is dan een lidmaatschap van de American Killifish Association (AKA). Of in Canada The Canadian Killifish Association (CKA). Een jaarlijks lildmaatschap is de kosten al waard, alleen al als bron van een lijst van alle leden (edit: In Nederland: Killifish Nederland (KFN). Daarbij komen de verbonden clubs, vissen en lijsten van degenen met eieren, artikelen over het houden en kweken van soorten en een schat aan informatie voor slechts de prijs van een lidmaatschap. Als je eenmaal in de Killie kringen bent gedoken is een ritje van 150 tot 300 kilometer niet ongewoon, alleen om de aquarium ruimte van een ander te zien en andere soorten aan te schaffen.

Waarom zo duur?

Zelfs makkelijk te kweken op op te voeden Killies geven veel werk. De vissen kweken, de jongen groot brengen en vervolgens verpakken voor verzending voor slechts € 6,- is eigenlijk nog een koopje. Hoogstwaarschijnlijk zit er dan voor de kweker nog helemaal geen winst bij. De meeste Killie kwekers doen dit slechts als plezierige hobby en proberen hun extra vissen te verkopen om ruimte te maken voor meer soorten en om hun uitgaven voor voer en stroom te dekken. Goede beginnersvissen kosten doorgaans tussen de € 6,- en € 10,- per paar. De moeilijkere soorten kun je soms al krijgen voor kleine prijsjes van € 12,- tot € 20,- maar dan in zeer kleine aantallen. Deze vissen zijn heel moeilijk te vinden. De kweker heeft deze moeten zoeken en heeft waarschijnlijk een hoop en geld moeten spenderen om zijn eerste paartje te krijgen en verdient dan ook wat credit voor het beschikbaar maken van deze vissen tegen doorgaans een fractie van zijn eerste kosten. Afhankelijk van de beschikbaarheid en moeilijkheidsgraad varieren de prijzen voor Kilievissen tussen de € 5,- per paar tot ver over de € 100,- tijdens club veilingen voor de nieuwe of zeldzame soorten. Deze laatste soorten dienen door de beginner vermeden te worden totdat hij wat meer ervaring heeft opgedaan en wat meer succes heeft gehad met kweken. In ieder geval zal de kweker deze vissen doorgaans niet verkopen aan een beginner mede doordat hij niet wordt gedreven door “winst”. Het is veelal meer  de wens de vissen te verspreiden in de hobby onder mensen waarvan hij weet dat het de vissen goed zal gaan na alle moeite die hij zich heeft getroost om deze vissen te verkrijgen en groot te brengen.

Met welke soort moet ik beginnen?

De vraag kan doorgaans worden beantwoord als je de vragen hebt beantwoord over waterwaardes en voedsel voorziening. Als goede binner vissen komen doorgaans de meeste Fundulopanchax gardneri varianten in aanmerking. Ze doen het goed in de meeste watercondities en nemen ook wel diepvries voer op. Voor wat kouder water zijn de Aphyosemion striatum varienten zeer geschikt. Vraag per telefoon of mail aan je kweker om advies. Bereid je voor door de antwoorden op bovengenoemde 2 vragen te kunnen geven en geef aan hoeveel ervaring je hebt met aquaria. Hierdoor kan de kweker je helpen met het uitzoeken van een stuk of 2 soorten om mee te beginnen. Probeer ALTIJD 2 paar vissen te houden per soort. Dit is erg belangrijk. Als 1 vis komt te overlijden heb je nog steeds een koppel over en 1 vis als reserve met 50% kans dat je een paar overhoudt als je nog een vis verliest. Daar komt bij dat, net als bij mensen,  sommige individuen wat meer vruchtbaar zijn. Als je een enkel paar hebt en niet veel geluk met het kweken, kan het aan de vissen liggen en niet aan jou!. Wees niet verrast als de kweker alleen paartjes verkoopt. Als jij of zij trios verkoopt, is dat doorgaans alleen omdat ze een overschot hebben van 1 sexe. Verwacht niet dat een kweker je een exemplaar verkoopt van 1 sexe van 1 soort. Als hij dat doet blijft hij zitten met de partner van die vis tenzij hij een overschot heeft van die sexe. Vraag wat de waterwaardes zijn van de kweker en wat voor soort voer hij de vissen aanbiedt. Dit is belangrijk om je nieuwe vissen niet te snel te verliezen. Als het water niet ongeveer overeenkomt  zorg dan dat je wat van zijn water meegestuurd krijgt. De verzendkosten zijn dan hoger maar zeker de moeite waard bij het laten aclamatiseren van de vissen.

Wees blij als de vissen die je krijgt jong zijn (mogelijk half de grote van een volwassen dier). Jonge vissen aclamatiseren veel beter en je hebt een grotere kans om succesvol met ze te kweken. Goede kwekers verkopen je doorgaans geen oudere killievissen. Een groot paar kan overigens wel gewoon jong zijn maar gewoon goed gevoed zijn. Elke niet 1 jarige van 4 maanden tot een jaar oud is aanvaardbaar. Sommige wat kouderwater Killies hebben een jaar nodig om volwassen te worden, maar dit zijn waarschijnlijk toch geen goede soorten voor een beginner om mee te starten.

Naar mijn mening is het doorgaans aan te raden 1 paar te houden in een kweekbak. Een derde vis zal in veel gevallen de eieren of jongen van het kweekkoppel opeten. Mijn ervaring is dat met 2 mannen dit minder het geval is als bij 2 vrouwen. Een extra man zal met het andere mannetje strijden om het vrouwtje, maar een extra vrouw zal de eieren volgen en ze opeten terwijl ze worden gelegd.

Aphyosemion ecucuense

Aphyosemion ecucuense

OK, Ik heb ze, en wat nu?

Allereerst, indien mogelijk, laat de verkoper weten dat ze levend en wel zijn aangekomen. Hij heeft meer geinvesteerd in de vissen dan alleen de verkoop prijs. Hij heeft de vissen zeker 5 maanden vertroeteld en wil zeker weten dat de vissen levend en in goede conditie zijn aangekomen. Als de verkoper een garantie op het goed aankomen heeft afgegeven, zou ik niet van hem verwachten dat hij die ook nakomt als je pas na een week verteld dat er een vis is overleden. Onthoud goed dat deze vissen niet uit je plaatselijke viswinkel komen en hierdoor niet zijn gewend aan de lokale watersamenstelling. Hierboven heb ik je verteld dat je moest uitzoeken aan wat voor water en voedsel de vissen gewend waren zodat je ze gemakkelijker aan de nieuwe omgeving kan laten wennen zonder al te veel stress te veroorzaken of vissen te verliezen. Hopelijk heb je wat water voorbereid dat gelijk is aan het water van de kweker om de vissen in onder te brengen. Mix niet meer dan 25% van je voorbereide water met het water waar de vissen in zijn aangekomen. Meng dit water met het water uit de zak en houdt de vissen hier zeker een paar uur in. Een klein plastic aquarium of muizenbak werkt hier ook goed voor maar vermijd al te veel licht om de vissen niet al te veel stress te bezorgen. Hard tegen het glas aan zwemmen kan veel meer schade veroorzaken als tegen de zachte kanten van een plastic zak. Na een paar uur kun je beginnen met het vol laten druppelen van de bak waar de nieuwe vissen inzitten. 1 druppel per seconde is prima. Een standaard stuk luchtslang werkt hier prima voor. Maak een losse knoop in de luchtslang en trek deze steeds strakker totdat hij druppelt in plaats van dat hij stroomt. Het duurt een paar dagen voordat vissen gewend zijn aan veranderingen in de Kh groter dan een factor 2. Een verandering naar zachter water geeft meer stress als van zacht naar hard water. Houdt dit in je achterhoofd voordat je het water gaat bereiden om je nieuwe vissen te laten wennen aan het water bij je thuis.

Als je geen water hebt klaargemaakt voor je nieuwe vissen met ongeveer gelijke waterwaardes als bij je kweker, staat je een klusje te wachten waarvoor je veel geduld moet hebben met veel werk en risico. Het duurt een paar dagen tot een week om je vissen te acclamatiseren aan water met een groter Kh verschil dan een factor 2. Als je ze te snel overgooit in het nieuwe water, gaan ze waarschijnlijk dood. Je maakt de beste kans door de vissen in een klein afgedekt aquarium te doen en gedurende de nacht 10% van je nieuwe water in het aquarium te druppelen. De volgende paar dagen voeg je telkens 10% van je verse nieuwe water toe. VOER DE VISSEN NIET. Het kleine beetje water waar de vissen inzitten kan snel vervuilen. Blijf gedurende minstens 3 dagen gelijke hoeveelheden water toevoegen. Wacht nog een paar dagen en verplaats dan de vissen naar het nieuwe water. Deze methode is in sommige gevallen overbeschermend maar dit beschermt wel de gezondheid van je vissen. Zoals je ziet is werkt een goede voorbereiding beter. Deze methode is een hoop meer werk dan de gemiddelde viswinkel hanteert. Die gooien gewoon een grotere marge op de vis prijzen maar verliezen veel vissen.

Kweek

Zie hiervoor artikelen Breeding Mop spawners (Epiplatys and Aphyosemions) en Breeding Bottom spawners (Fundulopanchax.) op mijn internet site http://sheneskillies.com

Eerste publicatie: http://sheneskillies.com
Bron: www.aquarticles.com   (niet langer beschikbaar)
Vertaling: J. de Lange

Copyright foto’s

Hristo Hristov
Rudolf Pohlmann – Killifishe.info – Facebook
Peter Maguire

Onze lezers score
[Totaal: 1 Gemiddeld: 5]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Please respect our copyright. Don`t copy text or images! Please share a link to this page instead.

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je hier in!

Je informatie wordt nooit gedeeld met andere partijen

Laat dit bericht niet meer zien

AquaInfo.nl is de Nederlandstalige bron voor aquarium informatie! Met soortbeschrijvingen en artikelen proberen we kennis over diverse onderwerpen te bundelen en op duidelijke manier te verwoorden. Onze nieuwsbrief houdt je op de hoogte over:

  • Artikelen
  • Nieuwe soortbeschrijvingen
  • Ontwikkelingen
  • Zoetwater vissen
  • Zoutwater vissen
  • Planten
  • Lagere dieren
  • en al het andere wat je in een aquarium tegenkomt!