Pomacentridae

Pomacentridae is de familie van de Koraaljuffers en Rifbaarzen waaronder de Anemoonvissen. Het zijn voornamelijk zeewater dieren maar een paar soorten kunnen worden gevonden in zoetwater of brakwater omgevingen (bv. Neopomacentrus aquadulcis, N. taeniurus, Pomacentrus taeniometopon, Stegastes otophorus). Ze zijn bekend om hun taaie gestel en territoriaal gedrag. Velen zijn felgekleurd en daardoor populair om in aquaria te houden.

Deze familie omvat zo’n 360 soorten in ongeveer 29 families. Van deze soorten, worden twee families, doorgaans Anemoonvissen genoemd, terwijl leden van een andere familie (bv. Pomacentrus) gewoonlijk Juffers worden genoemd.

Etymologie

De naam van deze familie is afgeleid van de Griekse woorden; poma wat grofweg vertaald kan worden als deksel en verwijst naar het kieuwdeksel, kentron is Grieks voor stekel. De naam verwijst naar de gekartelde randen van de kiewdeksel botjes die veel leden van deze famile bezitten.

Verspreiding en Leefomgeving

Pomacentridae kunnen worden gevonden in de tropische zeeën, slechts een paar soorten komen voor in gematigde temperaturen (b.v. Hypsypops rubicundus). De meeste soorten kun je vinden in of vlakbij de koraalriffen in de Indo-West Pacific (van oost Afrika tot Polynesië). Het gebied van de Filipijnen tot aan Australië bevat de grootste concentratie aan soorten. De overige soorten worden gevonden in de Atlantische Oceaan en het Oostelijke deel van de Stille Oceaan. Sommige soorten komen voor in zoetwater of het brakwater van de riviermondingen.

De meeste leden van de familie leven in ondiep water, van 2 tot 15 meter, hoewel sommige soorten (bv. Chromis abyssus) kunnen worden gevonden op grotere dieptes dan 100 meter. De meeste soorten zijn specialisten en leven in specifieke delen van het rif, zoals zanderige lagunes, stijle riffen of gedeeltes die blootgesteld worden aan sterke golfslag. Over het algemeen wordt het koraal gebruikt als beschutting en veel soorten kunnen alleen overleven in de buurt van koraal.

De bodem bewonende soorten zijn territoriaal, bezetten en verdedigen een deel van het rif, vaak gecentreerd rondom hun schuilplaats. Door andere soorten weg te houden, zorgen sommige Pomacentridae ervoor dat er binnen hun territorium een dikke laag algen kan groeien, hierdoor hebben ze ook de bijnaam Farmerfish (landbouwvissen) in het Engels.

Karakteristieken

Pomacentridae hebben een rondvormig tot langwerpige lichaamsvorm die vaak zijdelings is samengedrukt. Ze hebben een onderbroken of incomplete zijlijn en hebben doorgaans een enkel neusgat aan elke kant (sommige soorten Chromis en Dascyllus hebben er twee aan elke kant). Ze hebben kleine tot middelgrote ctenoide schubben (schubben met gekartelde rand). Ze hebben een of twee rijen tanden, die conisch of spatelvormig zijn.

Ze vertonen een groot bereik aan kleuren, waaronder heldere tinten geel, rood, oranje en blauw, hoewel sommigen relatief saai zijn met bruin, zwart of grijs. De jongen zijn doorgaans ander en helderder gekleurd dan de volwassenen.

Pomacentridae zijn omnivoren of herbivoren en voeden zich met algen, plankton en kleine bodembewonende ongewervelden, afhankelijk van hun leefomgeving. Slechts een klein aantal families, zoals de Cheiloprion eten van de koralen waartussen ze leven.

Ze gaan ook symbiotische verbindingen aan met poets gobies van het geslacht Elacatinus, waarbij ze de gobies toestaan om de ectoparasieten van hun lichaam af te eten.

Voortplanting

Voor het paren maken de mannen een gebied vrij van algen en ongewervelden om een nest te maken. Ze voeren een heel ritueel uit om de vrouwen het hof te maken, wat kan bestaan uit snelle uitbraken in snelheid, achtervolgen of nippen aan de vrouwen, stationair blijven zweven of wijd uitspreiden van de vinnen. Nadat de vrouw is aangetrokken tot de paaiplaats, legt de vrouw een streng plakkerige eieren die vastblijven plakken aan het substraat. De man zwemt achter de vrouw aan terwijl ze haar eieren legt en bevrucht ze extern. Afhankelijk van de soort, bevat het legsel vanaf 50 tot 1000 eieren.

De man bewaakt het nest 2 tot 7 dagen voordat de eieren uitkomen. De transparante larven zijn 2 tot 4 mm groot. De larven ondergaan een pelagische fase (drijven door de open zee) wat een week of zelfs langer dan een maand kan duren. Als ze bij een geschikte leefomgeving aankomen, vestigen de jongen zich daar en krijgen hun jeugdkleuren.

In gevangenschap kunnen Pomacentridae tot zo’n 18 jaar oud worden maar leven in het wild doorgaans niet langer dan 10 tot 12 jaar.

Creative Commons-Licentie CC BY-SA 4.0.Gebaseerd op een werk op Wikipedia.org.