Bijlzalmen

De bijlzalm komt uit de familie der Gasteropelicidae en is onderverdeeld in 3 geslachten:Carnegiella, Gasteropelecus en Thoracocharax. De verschillen in de verzorging zijn minimaal. De belangrijkste verschillen voor de koper is vaak het uiterlijk en de vissen worden vaak onder de namen: Zilver of Gewone Bijlzalm (Carnegiella martha) en de Marmerbijlzalm (Carnegiella strigata) verkocht. De buik van de Zilver Bijlzalm is uiteraard Zilver. De buik van de Marmer Bijlzalm is bruin gemarmerd, zie ook de foto’s onder. Het geslacht Gasteropelecus bevat de grootste bijlzalmen en wordt wat minder vaak aangeboden: de Gasteropelecus wordt zo’n 6 centimeter en de Gasteropelecus maculata haalt zelfs de 9 centimeter; De bijlzalmen uithet Carnegiella geslacht blijven wat kleiner tot zo’n 4,5 centimeter.

Deze soort kent een zeer groot verspreidingsgebied in Zuid Amerika en komt bijvoorbeeld voor in het Amazone gebied, Guyana, Venezuela, Colombia en Peru.

Zoals de naam al aangeeft heeft de vis een bijlvormig uiterlijk, hij heeft een rechte rug en zijn borst is als een bijl laag naar benedenhangend. De borstvinnen zijn zeer sterk waarmee de bijlzalm zeer snel kan zwemmen en hierdoor zelfs uit het water kan komen zodat hij daar een kleine glijvlucht kan maken. In het wild doen ze dit met hele scholen tegelijk om te ontsnappen aan roofdieren. Het mag duidelijk zijn dat het aquarium voorzien moet zijn van een goede afdekking om te voorkomen dat ze uit het aquarium springen. Het is dus ook een scholenvis, dus minimaal 6 visjes bij elkaar houden; liever zelfs meer.

De bijlzalm houdt zich voornamelijk op in de bovenste waterlaag en houdt van iets gedempt licht, drijfplanten waar hij onder kan schuilen worden zeker gebruikt en komen ook zijn kleur ten goede. Bij een te felle verlichting zal zijn kleurpatroon verbleken. Over het algemeen is het ook een schuw visje, geef hem dan ook voldoende schuilplaatsen in de vorm van planten en drijfplanten en houdt hem niet samen met al te agressieve vissen.

Deze soort woont in de bovenste waterlaag en zijn voedsel moet daar dan ook op zijn aangepast: zwarte muggenlarven, drijvend droogvoer, fruitvliegjes, droog gevroren artemia en droog gevroren rode muggenlarven zolang het maar niet te groot is en blijft drijven.

Alle 7 resultaten