Labyrintvissen

Labyrintvissen hebben hun naam te danken aan een speciaal ademhalingsorgaan het Labyrintorgaan.

Normaal halen vissen zuurstof uit het water met behulp van kieuwen. Als het water erg warm is en heel licht stroomt of stilstaat, kan het bijna geen zuurstof meer bevatten. In deze gebieden zijn de vissen aangepast aan het bijna zuurstofloze water.

Labyrintorgaan

Bij de Labyrintvissen is de eerste kieuwboog uitgegroeid tot het Labyrintorgaan. Het orgaan bestaat uit een Labyrintholte waarin het Labyrintorgaan zich bevindt. De kieuwboog is zwaar geplooid zodat het maximaal in contact komt met lucht. Het lijkt hierdoor wel wat op een labyrint, hieraan danken de vissen, het orgaan en de holte hun naam.

Ze halen dus bovenwater een hap lucht en halen zuurstof rechtstreeks uit de lucht. Door de ontwikkeling van het Labyrintorgaan zijn de kieuwen wat minder ontwikkeld dan bij andere vissen. Als een labyrintvis niet boven water kan komen, loop je kans dat de vis verdrinkt.

Voortplanting

De voorplanting van Labyrintvissen vindt plaats op twee verschillende manieren. Sommige soorten bouwen een schuimnest aan het oppervlak. De eieren worden in het schuimnest gehangen totdat ze uitkomen. De andere soorten zijn muilbroeders. Zij broeden de eieren uit in hun muil.

Soorten Labyrintvissen

Verschillende families van vissen hebben een labyrintorgaan ontwikkeld. Dat zijn de volgende families:

Er zijn vier families van vissen die een Labyrintorgaan hebben ontwikkeld:

Hieronder vindt je de soorten die we in de database hebben opgenomen:

Betta splendens - Blauwe man

Resultaat 1–12 van de 85 resultaten wordt getoond