Rasbora

Het geslacht Rasbora bevat slanke vissen, waarvan het lichaam zijdelings is samengedrukt. Een uitzondering hierop vormen enkele soorten waarvan het lichaam hoog en gedrongen is. De mond is schuin naar boven gericht met vooruitspringende onderkaak. Baarddraden kunnen aanwezig zijn maar eveneens ontbreken. Schubben zijn over t algemeen vrij groot tot middelmatig. Zijlijn buigt aanvankelijk naar beneden en loopt dan boogvormig door tot in het onderste deel van de staartsteel. Bij soorten met onvolledige zijlijn, zoals R. heteromerpha, R. hengeli, R.nigromarginata, R.pauciperforata en R.vaterifloris, buigt deze onmiddellijk aan het begin scherp naar beneden.

Herkomst

Het natuurlijke leefgebied strekt zich uit van Oost-Afrika over Zuid- en Oost-Azië tot Kanton en verder in Indonesië en de Filippijnen. Ze bevolken hier over het algemeen in grote scholen de bovenste waterlagen van langzaam stromende of stilstaande wateren. Talrijke soorten paren in schoolverband. Slechts enkele soorten, zoals R.heteromorpha, R.maculata e.a., komen uitsluitend voor in donkere watertypen (zwart water).

Het Aquarium

Hoewel de tot dit geslacht behorende vissen vrijwel allemaal uitstekende aquariumdieren zouden kunnen zijn, daar zij geen bijzondere eisen stellen, zeer vredelievend van aard zijn en ook door hun geringe afmeting voor zowel grote als kleine aquariums in aanmerking komen, heeft slechts een uiterst bescheiden aantal een min of meer vaste plaats in de liefhebberij verworven.

We bieden de dartelende zwemmers een ruim aquarium met dichte randbeplanting van uiteenlopende planten van breed-en fijnbladerige. Als gezelschap komen alle rustige vissen in aanmerking, zowel grotere als kleinere soorten. De verzorgingstemperatuur mag over t algemeen schommelen van 22- 26 graden.

We zorgen altijd voor een klein schooltje dat is aangepast aan de natuurlijke levenswijze. Voor enkele soorten is een donkere bodem onmisbaar en bovendien is het wenselijk om voor deze soorten het aquariumwater over turf te filteren. Als voedsel komen vrijwel alle kleine tot middelgrote voedseldieren in aanmerking, zoals muggenlarven en andere larven van insecten, kreeftachtige, fruitvliegjes, bladluizen, mieren en hun eieren en gevleugelde insecten. De meeste soorten accepteren ook droogvoer.

De kweek van Rasbora

De kweek is met de soorten R.dorsiocellata macrophtophalma, R.lateristriata lateristriata, R lateristriata elegans, R.taeniata en R.trillineata niet erg moeilijk. De kweekstellen worden in een middelgrote kweekbak tot voortplanting gebracht bij een temperatuur van 25 graden. Het kweekwater kan oud aquariumwater zijn of vers water dat niet al te hard is en dat verouderd en enigsins aangezuurd is door filtering over turf. Het legsel wordt afgezet in bossen Myriophyllum, boven Nitella, in aquavaren of kunstmatige afzetsubstraten.

Minder eenvoudig is de kweek met de soorten R.heteromorpha, R.pauciperforata, R.urophthalma, R.maculata en R.vaterifloris. naast de waterkwaliteit (uiterst zacht en vrij zuur) is bij deze soorten tevens de partnerkeuze van grote invloed op het uiteindelijke resultaat.

Over het algemeen doet men er verstandig aan na het afzetten de ouderdieren te verwijderen. De eieren komen na 25-30 uur uit. De jonge visjes hangen gedurende 3-5 dagen tussen de planten of aan de ruiten en gaan hierna opzoek naar voedsel. Voor de eerste dagen moet worden voorzien in slootinfuus of in noodgevallen zelfgekweekte pantoffeldiertjes. Na 3-5 dagen wordt reeds jacht gemaakt op naupliën van het pekelkreeftje, waarmee kan worden gevoerd totdat kleine Daphnia en Cyclops in aanmerking komen. De jongen groeien doorgaans voorspoedig, wat we nog gunstig kunnen beïnvloeden door regelmatige waterverversingen.

Alle 8 resultaten