Kweekverslagen

Onderhoud en kweken van de Rode Bult Aardeter, Geophagus steindachneri

Onderhoud en kweken van de Rode Bult Aardeter, Geophagus steindachneri

De Rode Bult Aardeter heeft een interessante geschiedenis in de nomenclatuur zoals de vele verschillende namen waaronder deze soort in de hobby is verkocht bewijst. Alhoewel verwarring omtrend zijn naam is opgelost (Loiselle, 1974), wordt de Geophagus steindachneri nog steeds in de handel aangeboden onder de namen Geophagus hondae en Geophagus pellegrini. Terwijl de naam  Geophagus hondae is een nieuw synoniem is voor de Geophagus steindachneri , is de Geophagus pellegrini een andere soort (Leibel, 1993), maar is op dit moment  niet algemeen beschikbaar in de hobby.

De Geophagus steindachneri is afkomstig uit de  Rio Magdalena, Rio Sinu, en Rio Cauca rivieren in Colombia, en de stroompjes richting het Maracaibo basin in Venezuela. Deze soort is sexueel dimorf ; mannetjes groeiten tot een 13.5 cm standaard lengte (SL), zijn versierd met een vetbult op hun kop, en worden veel kleurrijker als de vrouwtjes, die uitgroeien tot ongeveer 10 centimeter standaard lengte.

Gedurende een periode van 4 jaar heb ik informatie verzameld over de Geophagus steindachneri, en wat interessante gegevens genoteerd met betrekking tot het onderhoud en de kweek. Het doel van dit artikel is (1) De aquarium houder te voorzien van een lange termijn plan om deze soort succesvol te houden en (2) de methodes beschrijven van het kweken en laten opgroeien van de jongen.

Geophagines in het algemeen  – en de Rode Bult Aardeter is geen uitzondering – krijgen last van hun gezondheid in aquaria met een slechte stikstof cyclus, een situatie die verergert wordt door de “aardeter” gewoonte om constant substraat te zeven op zoek naar voedsel, tijdens dit proces werpen ze allerlei afval materiaal uit het substraat in de water kolom. De keuze van het filtersysteem moet dan ook een belangrijke plaats innemen bij het ontwerpen en onderhouden van een aquarium wat Rood Bulten zal bevatten. Alhoewel er talrijke systemen zijn die zullen werken, zal het geselecteerde systeem in ieder geval het volgende moeten bevatten: een makkelijk (en veelvuldig) schoon te maken, efficiënt mechanisch voorfilter, een biologisch filter wat niet makkelijk verstopt kan raken; en regelmatige gedeeltelijke water verversingen aangezien chemische filtratie media de neiging hebben om verstopt te raken, lang voordat hun werkzame stof volledig is opgebruikt. De Rood Bulten zijn toleranter met betrekking tot de temperatuur, pH en hardheid en zouden het goed moeten doen zolang er maar geen extreme waardes worden gehanteerd. Ze zijn makkelijk te voeren, accepteren graag alle standaard voedsel, en houden met name van bevroren tubifex en gehakte regenwormen.

Een van de meest uitdagende aspecten van het houden van de Geophagus steindachneri heeft betrekking op hun voorplantingsmethode.  Geophagus steindachneri is een poligame soort waarbij de man er een harem op nahoudt van muilbroedende vrouwen. Dit heeft tot gevolg dat de mannen de neiging hebben om agressief te reageren op zowel soortgenoten als ook andere soorten, terwijl de vrouwen zich doorgaans niets aantrekken van anderen, tenzij ze eieren uitbroeden of zorgen  voor hun jongen. Door dit gedrag vereenvoudigd het houden van meer dan één aquarium voor de Rood Bulten de zaken aanzienlijk.  Eén aquarium wordt dan gebruikt voor het huisvesten van een man voor het kweken, alleen gehouden of in een gezelschaps opstelling tesamen met soorten die bestand zijn tegen zijn agressie. In mijn ervaring onderdrukte een man in een spaarzaam ingericht 800 liter aquarium een groep volwassen Geophagus surinamensis en Satanoperca daemon. Aan de andere kant, de Rood Bulten worden vaak onderdrukt door de meeste Cichlasoma soorten; Een fragiel evenwicht tussen de soorten is het uiteindelijke doel.

Een vrouwelijke Geophagus steindachneri met jongen. Vissen en foto door Lee Newman

Een vrouwelijke Geophagus steindachneri met jongen. Vissen en foto door Lee Newman

Een tweede aquarium, zodanig geplaatst dat de vissen in beide aquaria elkaar kunnen zien, wordt gebruikt om vrouwen te houden en te laten rijpen. Het is raadzaam om minstens twee of drie vrouwen te houden om de aanhoudende aandacht van het mannetje tijdens de paring wat te verdelen. Nogmaals dit kan worden bereikt door ofwel de vrouwen alleen te houden of in een gezelschapsaquarium samen met andere niet agressieve soorten. De vrouwen houden in een 135 liter aquarium samen met volwassen Mikrogeophagus ramirezi en jonge Satanoperca leucosticta, is een combinatie die bij mij goed werkte, maar er zijn talloze opties. Er zijn veel factoren, waaronder de grootte en vorm van het aquarium, inrichting en andere aanwezige soorten, die een belangrijke rol spelen in een succesvolle vis bezetting.

Zoals al eerder gezegd, de Rood Bulten aanzetten tot kweken geeft weinig problemen, vooropgesteld dat beide sexes aanwezig zijn. Er kunnen echter problemen ontstaan bij (1) bepalen wanneer een vrouwtje rijp is om te paren en (2) beslissingen nemen waar je een vrouw met een bekje vol gaat huisvesten. Als je de onderhoudsstrategie zoals hierboven beschreven volgt, is het eerste probleem waarschijnlijk al opgelost. Er vanuit gaande dat ze elkaar kunnen zien, zal het mannetje de vrouwtjes gaan aanbaltsen in het naast gelegen aquarium, wat ze wellicht helpt om voor te bereiden op de paring. Als een vrouw klaar is om te paren, wat ze laat zien door interesse te in het mannetje te tonen en vlak bij hem te zwemmen, verplaats je het mannetje naar het aquarium met de vrouwen. Deze verplaatsing zal het mannetje niet lang van zijn stuk brengen; vaak zal hij het baltsen al hervatten binnen een paar minuten nadat hij in het vrouwen aquarium is geïntroduceerd. Op dit punt moet je goed opletten. Als een van de vrouwen klaar is om te paren, zal het baltsen aanvangen (zoals hieronder beschreven). Echter, als de vrouwen niet reageren op de pogingen van de man, zal hij ze achtervolgen en aantikken tot het punt waarop hij ze serieus schade toebrengt of zelfs tot de dood er op volgt. Er vanuit gaande dat het baltsen wordt gevolgd, moeten vrouwen die nog niet klaar zijn uit het aquarium worden verwijderd om ze verder voor te bereiden.

Het basis patroon bij het paren zoals ik dat heb gezien, ziet er als volgt uit: Een paaiplaats – voornamelijk door de man verdedigd en flexibel qua locatie, afhankelijk van de bewegingen van de vrouw en haar keuze voor de plek van het afzetten. Bij alle geobserveerde paringen, vond er geen preparatie van de gekozen afzetplek plaats.  Het gekozen afzet substraat was nogal variabel, wisselend van een afvoerpijp tot aan het zanderige substraat van het aquarium. Baltsen bestaat uit zowel zijwaartse trillingen en het opzetten van de kieuwen door de man, evenals voor specifiek deze soort trillen met het kop vlak bij de bodem waarbij de bek is geopend of waarbij de onderkaak over de bovenkaak wordt geplaatst. Terwijl de kleuren van de vrouw doorgaans niet veranderen, ontwikkeld het mannetje een roetachtige zwart op hun flanken en op de voorkant van hun buik- en anaal vinnen. Het baltsen duurt doorgaans zo’n 2 tot 4 uur waarna de legbuis zichtbaar wordt en het afzetten gaat beginnen. Na een paar keer “droog” oefenen, zoals bij zoveel cichliden, begint het vrouwtje haar onderlichaam tegen het afzetsubstraat te duwen en legt haar eieren. Doorgaans worden er slechts een of twee eieren gelegd per rondje, maar als ze al een tijdje bezig zijn, kan dit aantal oplopen tot zo’n 6 stuks per rondje. Na elke ronde draait het vrouwtje zich om en neemt de eieren in haar muil. Na een aantal succesvolle rondes van het vrouwtje, beweegt het mannetje zich loodrecht vóór het vrouwtje met zijn geslachtsorgaan vlak voor haar bekje. Met een trilling laat het mannetje zijn sperma los en bevrucht de eieren in haar bekje. Af en toe (maar niet vaak) zal het mannetje het vrouwtje voor een paar seconden alleen laten om vissen weg te jagen die te dicht bij de afzetplek zijn gekomen. Naarmate de paring voortduurt, wordt de keelzak van de vrouw steeds groter naarmate deze zich vult met eieren. Gedurende deze periode lijkt het alsof de vrouw op de eieren kauwt, wat zich uit door een voortdurend bewegen van de kaken. In tegenstelling tot de substraat broedende cichliden zijn de nesten van de Geophagus steindachneri erg klein. Bij de eerste pogingen van jonge vrouwen hebben ze doorgaans slechts 12 tot 15 jongen, maar de nest grootte neemt toe tot zo’n 45 – 60 bij grotere exemplaren. Het paren duurt ongeveer 60 minuten waarna de vrouw de interesse verliest in het continu baltsende mannetje. Nadat de paring is afgelopen moet het mannetje worden verwijderd om stress en verwondingen te voorkomen bij het broedende vrouwtje.

In een paar gevallen, heb ik gezien dat het mannetje zijn aandacht verlegde naar een twee vrouwtje, kort nadat ze klaar waren met paren. Als er meer vruchtbare vrouwen beschikbaar zijn, dan is het mannetje in staat om ze allemaal van dienst te zijn, waarna hij alsnog naar zijn eigen aquarium terug moet worden geplaatst.

Alhoewel meerdere broedende vrouwen in hetzelfde aquarium kunnen worden gehouden, tonen ze doorgaans wat onderlinge agressie in de vorm van zijdelings aanstoten waarbij een vrouw naar een andere toe zwemt en haar zachtjes in de flank duwt. Dit gedrag brengt geen schade toe, maar dient er waarschijnlijk toe om wat ruimte en privacy te maken voor als de jongen worden losgelaten. De vrouwen stellen het loslaten van de jongen uit, als ze samen worden gehouden met andere vrouwen of met soorten die ze als bedreiging zien voor de pas losgelaten jongen.  Om het beschermende gedrag te kunnen zien en er zeker van te zijn dat je jongen overhoudt, is het aan te bevelen het broedende vrouwtje apart te zetten. Alhoewel de incubatie tijd ongeveer 12 dagen is bij een temperatuur van  28°C, lijken de vrouwen het overzetten zonder verlies van jongen na twee dagen broeden aan te kunnen. Het aanbieden van voedsel aan het vrouwtje kan ook het loslaten van de jongen veroorzaken, aangezien het vrouwtje gedurende de broedperiode niet eet. Na het loslaten, eten de jongen vers uitgekomen Artemia naupliën en fijngewreven vlokken, maar groeien het snelst op de eerste. De vrouwen zijn een uitstekende ouder, ze geven nog tot drie weken na het loslaten bescherming in hun bek, afhankelijk van de groei snelheid van de jongen. Als de jongen groter worden, kan het vrouwtje ze niet allemaal meer opnemen. Hierdoor blijven de grootste jongen buiten, deze jongen worden dan uit de onmiddellijke omgeving van de broedplaats verjaagd.

Een vrouwelijke Geophagus steindachneri tijdens het broeden. Vis en Foto door Lee Newman

Een vrouwelijke Geophagus steindachneri tijdens het broeden. Vis en Foto door Lee Newman

Met een leeftijd van ca. drie weken, beginnen de jonge vissen te zeven het typisch voor gedrag voor aardeters en kunnen dan worden overgewend aan ander voer als gehakte bevroren tubifex, levende volwassen artemia en vlokken. Met voldoende voedingen, veelvuldig gedeeltelijke water verversingen en regelmatig schoonmaken van het filter kunnen de jongen een lengte bereiken van 2,5 centimeter, acht weken na het loslaten en 4,5 centimeter bij twaalf weken. Met een leeftijd van 14 weken wordt het verschil tussen de sexes zichtbaar waarna ze klaar zijn voor de verkoop. Met twintig weken zijn ze klaar om te beginnen met het vertonen van paringsgedrag maar zijn daar meestal pas succesvol mee na een paar pogingen.

Ondanks dat de Rode Bult Aardeter niet de meest kleurrijke beschikbare zandzever is, maken zijn fascinerende gedrag en makkelijke voortplanting in gevangenschap het zeker een goede aanvulling op elke verzameling neo-tropische cichliden. Voor de ervaren aquarianen vormt het verkrijgen en kweken met de wat minder bekende soorten uit de Bult Kop groep, Geophagus pellegrini en Geophagus crassilabrus zeker een uitdaging.

Bronnen:

* Leibel, W. 1993. Goin’ South ­ Cichlids of the Americas ­ Part 9. Aquarium Fish Magazine 5(4):44-51. * Loiselle, P. V. 1974. The identity of the red hump Geophagus. Buntbarsche Bulletin 40:9-19.

Auteur: © Copyright 1993, Lee Newman All rights Reserved
Eerste publicatie: Originally published in Cichlid News magazine, Aquatic promotions, Vol. 2. No. 4, October 1993
Bron: Aquarticles (Niet meer beschikbaar)
Vertaling: J. de Lange

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *