Reisverslagen

Reis door Colombia – 2001

Reis door Colombia – 2001

Als je een keer met de Amazone ziekte besmet bent is er geen weg terug. Maar deze “ziekte” heb ik opgelopen van de eerste reis en was me zeer goed bevallen. Dus er moest een tweede reis gemaakt worden en wel in oktober 2001. Deze tijd is gunstig vanwege de lage waterstand in de rivieren. We vertrokken van Schiphol op weg naar Frankfort om daar samen met een Duitse vriend van de vorige reis onze vlucht naar Bogota te beginnen. Op beide vliegvelden werden we scherp gecontroleerd, dit naar aanleiding van de Twin-Towers. Na een vlucht van 12 uur stonden we op het vliegveld van Bogota. Ook hier weer de zeer scherpe controle, alles moest uit de koffer en tassen. We werden opgehaald door Bruno Keller de eigenaar van een visexport bedrijf. Tevens was hier ook een gastenverblijf van waaruit we onze vistochten maakten. Als je in Colombia wilt reizen is het raadzaam om je te verzekeren van goede gidsen en een chauffeur. Het is helaas onmogelijk dit alleen te doen. Er zijn teveel delen in dit land die voor blanke mensen (gringo’s) gevaarlijk zijn (gijzelingen). Maar er blijft nog genoeg over om te bezoeken. Onze gids van twee jaar geleden was ook in Bogota en deze zou ons de komende twee weken weer begeleiden naar de mooiste plekjes. Na aankomst op de finca eerst maar even uitgerust van de lange reis met een koel glas bier. De avond hebben we doorgebracht op de veranda met de belevenissen van de eerste reis in ons achterhoofd. De volgende dag zijn we naar Bogota geweest om een visexportbedrijf te bezichtigen. Het viel ons zwaar tegen, als dit de vissen zijn die in Europa in de bakken moesten gaan zwemmen, dan was het droevig gesteld. Veel zieke en dode vissen in veel te kleine bakken. Bruno vertelde ons dat dit een van de beste bedrijven was die zich met de export bezighield.

’s Avonds hebben we besloten om ons verblijf in drie gedeeltes op te splitsen. Onze doelen waren; a. Villavicentio (stroomgebied Rio Metae), b. Palmira (stroomgebied Rio Cauca, c. Honda stroomgebied (Rio Magdalena). We begonnen dus waar we de vorige keer waren geëindigd. Na een autorit van 4 uur stonden we bovenaan de rand van het gebergte en keken op de plaats Villavicentio met de rivier Rio Metae.

De rivier stond voor driekwart droog, dit was goed te zien door de rotsblokken. Er was al vier maanden geen regen meer gevallen. Omdat we niet in de stad wilden blijven zijn we doorgereden richting Puerto Lopes. Hier vonden we een prachtig gelegen lodge met zwembad en alle comfort. Vlak hierachter liep een kleine rivier waar we onze visbun in konden plaatsen. Maar kijkend in het water zagen we onze Corydoras metae zwemmen meestal in kleine groepjes. Ook verschillende zalm en Aequidens soorten maakten hun opwachting.

Het gebied waar we nu verbleven heeft de mooie naam Llanos. Dit is een vlak gebied dat doorloopt naar Venezuela. Vanaf de bergen lopen tientallen kleine en grote beekjes, ons doel voor de komende week. Onze eerste nacht hebben we geen oog dichtgedaan vanwege zwaar onweer. Hoezo geen regen? We waren dan ook vroeg op, en zijn naar de beek gegaan om te kijken wat er te vangen viel. Het is een prachtig snel stromend water met een diepte van ca. 30 cm, de bodem bestond uit rolstenen en kiezelstenen. Vele soorten vissen zagen we zwemmen. Corydoras metae, Loricaria’s, Ancistrus, Spatzalmen en Ruitvlekzalmen. Na een uurtje stond het ontbijt op tafel en moesten we weer terug. Op het programma stond de weg naar Duerto-lopez, hier moesten vele kleine beekjes onder de weg doorstromen. We vonden wel de bruggen maar geen water. Na veel zoeken hebben we een prachtige beek gevonden (met water) maar was helaas zeer troebel. Toch even met de snorkel onder water gekeken. Zeer veel vissen gezien vooral zalmsoorten. Na nog wat te hebben rondgekeken zijn we op weg gegaan naar de volgende rivier. Deze zag er vanaf de brug een stuk beter uit. Slingerend door het landschap met een rijke begroeiing van bomen en struiken. In het water boomstronken en takken, ideaal voor kleine cichliden zoals Apistogramma, Aequidens en Harnasmeervallen.

In de snelstromende gedeelten was helaas weinig te vangen, maar in de dode stukken met weinig stroming vingen we onze eerste Apistogramma macmasteri. Ook hier weer Corydoras metae en enkele jonge Aequidens metae. Nadat alles was verpakt gingen op weg naar de volgende Rio. Dit was een klein beekje van ca. 2 meter breed. Prachtig helder water en een bodem van stenen. Deze waren totaal bealgd en stoffig. Maar het barstte er van de vissen en planten. Het eerste watertje was met planten. In het water stonden lotussen, amazone zwaardplanten en veel mossoorten op de stenen die onder en boven water lagen. Vissen waren er zoals; zalmen, mesvissen, spatzalmen, hemigrammus, garnalen, corydoras, melanotaenia, ancistrus spec, farlowella’s en loricaria’s .

De volgende dag hadden we een plaatselijke visser gehuurd om ons naar plekken te brengen waar veel aquariumvissen werden gevangen. Van de vorige reis wisten we dat er in deze omgeving zeer mooie riviertjes waren met weelderige plantengroei en speciale vissen. Dus wij op zoek. Onze eerste rivier was eigenlijk een grote plas waar een rivier door stroomde. Langs de oever stonden velden met in bloei staande Ludwigia. Het waren prachtige gele bloemetjes. Het eerste gedeelte van de plas was erg ondiep ca 15 cm, hierin zagen we tientallen jonge visjes (Aequidens en Apistogramma’s) op zoek naar voedsel. Maar onder water was het nog mooier, lang hebben we hier niet van kunnen genieten want we kwamen een koraalslang tegen en dan moet je wegwezen. Onze volgende rivier liep langs een moerasgedeelte. In het open gedeelte was er schoon en helder water met een bodem van zand – kiezels en kleine rolstenen. De diepte was ca. 15 cm. De waterwaardes, temp. 25 oC, microsymen 10 en een pH van 6,4. Met een vangnet met drijvers werd in korte tijd een aantal Corydoras metae gevangen.

Dit net lag met lood op de bodem en drijvers zorgde voor een soort fuik. Met een lange stok werden de Corydorassen tussen de stenen opgejaagd het net in. Een handige manier om grote aantallen te vangen. Maar ook boven water was er veel te zien. Zomaar midden op de weg een hagedis (40 cm) of ’s avonds op het gras bij onze lodge twee enorme kikkers. Dat was wel even schrikken. Vlak bij ons verblijf lag een grote kazerne. Hierachter liep een weg de bossen in, hier kwamen we een beekje tegen, het was een waar aquarium. Het water was snelstromend en helder. Het stond vol met planten zoals; Ludwigia’s, Eichhornia natans, Cabomba, Bacopa Amplexcicalus, Alternanthera. Deze laatste stonden in bloei onder water met kleine paarsachtige bloempjes. Onder water was het een lust voor het oog alsof je in een groot aquarium zwom. Overal planten en vissen. Veel ruitvlekzalmen (planteneter???) groenvoer genoeg. Maar hier troffen we een Crenicichla’s aan die zich prachtig op de video lieten zetten.

Nadat we hier een paar uur hadden rondgekeken zowel onder als boven water werd het tijd voor de volgende vangplaats. Onderweg nog even gestopt bij een grote plas. Hier troffen we tot onze verbazing Messing Tetra’s aan. Er zwommen grote scholen van deze vissen, maar een klein gedeelte had de kleur van messing. Men vertelde ons dat dit door de natuur wordt geregeld. Onze tocht ging verder, maar plotseling stonden we voor een grote plas water. Te diep om met de auto verder te gaan, maar lopend over de weg met een halve meter water zagen we prachtige vissen zwemmen. Het water was lichtbruin en kwam vanuit de bossen aan de rand van de weg. Hierachter lag een moerasgebied. Toch maar even onder water gekeken, het zat vol met vissen waaronder zeer grote Crenicichla’s. Ook deze lieten zich gewillig op video zetten. Hierna bezochten we nog een aantal kleine beekjes, verrassingen waren er niet meer. Na een aantal dagen kwam er een einde aan het Rio Metae avontuur. Alles werd ingepakt voor een verantwoord vervoer naar Bogota. Met zeker 20 zakken vis gingen we huiswaarts.

Aangekomen op de finka werd alles uitgepakt en in de bakken gedaan. We hadden geen uitval, dus geen dode vis.

Palmira – Rio Cauca

Na een rustdag gingen we op weg naar Palmira, het stroomgebied van de Rio Cauca.

Uit deze omgeving waren de laatste 10 jaar geen vissen meer vandaan gekomen. Dit was een onveilig gebied, maar nu konden we het weer bezoeken. Onze verwachtingen waren hooggespannen, maar eerst moesten we er nog naar toe. Dit was een autorit van 12 uur (500 km) dwars door het Andes gebergte, dat betekent 3500 meter omhoog en dat 2 x en dan weer 3500 meter naar beneden.

Zo zat je in de auto te bakken (40 oC) en het andere moment kon je wel een jas aantrekken (15 oC). Het autorijden op zichzelf was ook een hele belevenis. Strepen op de weg, verkeersborden, ze werden gepasseerd als of ze er niet waren. In dit gebied moet alles over de weg, dus het was een colonne van grote zware vrachtwagens die tegen de berg opklommen. En alles wat sneller kon was aan het passeren. Een spoorweg voor vrachtvervoer is hier niet mogelijk. In Palmira hadden we voor de komende dagen een compleet huis gehuurd. Voor de inwendige verzorging gingen we twee huizen verderop in de straat. Als je daar binnen kwam dacht je dat hier een souvenir winkel uit Holland was gevestigd. Het was een ware uitstalling van namaak Delfsblauw. We waren met stomheid geslagen. Later bleek dat de dochter des huizes een aantal jaren in Nederland had gewoond en had koffers vol spullen meegenomen. Ook hier werd ons bezoek gestart met het zoeken van een plaatselijke visser. Dit was moeilijk, hier was er maar één, en deze had alleen verstand van consumptievissen. Nadat we hadden uitgelegd wat de bedoeling was (helder water en veel vis) gingen we op weg.

Onze eerste rivier was de Rio Lobo.

Wat een teleurstelling, we troffen een rivier aan die driekwart zonder water stond. Tevens was het smerig water en veel afval van de bewoning in de vorm van autobanden, vuilnis etc. Wel waren er veel vissen te zien. Verontreiniging was duidelijk te zien aan de metingen die we deden. pH van 8,2, microsymen van 310 en een temp. van 24 oC. Rond kijkend zagen we veel suikerriet staan, en ons vermoeden werd bevestigd, kunstmest! Toch maar even de netten uit de auto gehaald, In de gedeelten die stilstaand water hadden zagen we duizenden dikkopjes zwemmen. Hier tussenin zeer snel zwemmende vissen. Hier moest het werpnet over heen, toen we die ophaalde was de verbazing groot. Allemaal levendbarende zoals; guppy, zwaarddragers, poecilia’s, tevens ook tilapia’s. Deze tilapia’s horen zeker niet in deze omgeving, Afrika is hun leefgebied. Dit is duidelijk een staaltje van faunavervalsing. Later bleek dat er een visvijver in de buurt was. Andere inlandse soorten waren; Andinoacara sapayensis, Geophagus steindachneri, Chaetostoma thomasi, Chaetostoma punctatus, Sturisoma’s (leightoni) en diverse zalmsoorten die ons niet bekend waren.

De zwaarddragers waren Xiphophorus helleri (green swordtail). De mannelijke exemplaren hadden 3 verschillende kleuren zwaarden nl. rood, groen, blauw. De Poecilia’s die we vingen konden we niet thuisbrengen. In de boeken lijken ze het meest op Poecilia sphenops. De staart heeft aan het uiteinde een prachtige oranje band. Na een dagje vissen, fotograferen en video opnamen gemaakt te hebben moesten we ook hier onze vissen onderbrengen. Hier vonden we ook een snelstromend beekje waar we onze visbun in konden plaatsen. In de tropen valt de avond snel en om 18.00 uur is het donker. In de straat waar we verbleven was het uitgestorven. Na etenstijd (18.00 – 19.00 uur) leek het wel of de tijd stil had gestaan. De gehele straat was vol met kinderen die allerlei spelletjes speelden, maar het leukste spelletje was wel “gringo”kijken. We hadden dan ongeveer 30 kinderen voor ons huis staan.

De volgende dag stonden er een aantal Rio’s op het programma, dat betekende vroeg op. De Rio Leona is niet meer dan een beekje. De oevers bestaan uit rood zand, dat is uitgesleten tot een rode canyon in het klein. De diepte was aan het einde maar een paar cm. De bodem bestond geheel uit zand en kiezelstenen. Water waardes waren pH 8,7 micros 450 en temp. 25oC. Ook hier weer zeer veel levendbarenden. Toch was deze Rio voor ons ideaal. Het water was helder en niet te diep. Doordat de zon er vol op stond konden we met de foto en video camera onder water. Een genot om hier te vertoeven. Prachtige opnames gemaakt, langs de oevers in het donkere gedeelte nog wat kleine Sturisoma’s gezien. Als voedsel moesten de vissen het hebben van de snelgroeiende algen op de stenen. Dit was ook duidelijk aan hun gedrag te zien. Alsmaar poetsen op de stenen.

Na een middagpauze zijn we op weg gegaan naar de Rio Satsipuadas. Deze lag vlak bij een woonwijk. (krottenwijk) en dat was te merken. Eerst maar even meten, pH 8,2 – micros. 780, en de temp. 25 oC. Wel weer veel vissen welke we al eerder hadden gezien. Maar vanwege de vervuiling zijn we hier maar niet in het water gegaan. Als je op mooie plekken bij een Rio wilt komen, moet je bijna altijd via privé terrein. Deze zijn altijd afgeschermd met grote hekken en honden die de wacht houden. Zorg dat je met de auto goed in zicht staat en dan maar een paar keer op de claxon drukken en de bezitter komt dan wel te voorschijn. Altijd mochten we met de auto op het terrein. De mensen zijn erg vriendelijk maar ook zeer verbaasd. Dat wij zo een lange reis maken voor wat kleine visjes die niet eens te eten zijn. Op de kaart hadden we een groot meer gezien met talrijke kleine beekjes, dit was ons reisdoel de volgende dag. Na een autorit van een klein uur kwamen we aan bij het meer van Darien vlak bij Buga.

Maar eerst moesten we in het dorp een familiebezoek afleggen. We werden hartelijk ontvangen door allerlei mensen die druk met elkaar stonden te praten en wij verstonden er niets van. Een gids mee en op weg naar het meer. Bovenaan de bergrug hadden we prachtig uitzicht, maar beneden viel het tegen. Door de wind die over het meer waaide, was het water troebel geworden. We konden nog wel grote scholen vissen zien aan de oppervlakte, maar verder was het slecht. Wel nog even een meting verricht, pH 8,2, – micros. 80 en temp. 27 oC. In het meer zagen we voor het eerst in deze omgeving plantengroei. Het was een soort riet en iets dat veel leek op waterpest. Langs de oever in het ondiepe gedeelte zagen we tevens honderden jonge cichliden zwemmen, vangen was helaas onmogelijk vanwege de plantengroei. Na in het dorp een heerlijk koel drankje te hebben gedronken namen we afscheid van de bewoners en gingen op weg naar de Rio Leoncilla. Ook deze stond voor een groot gedeelte droog. In een gedeelte van deze Rio stond nog wel wat water. En onze ervaring had geleerd om toch maar even te gaan kijken. Lopend over de stenen op de bodem van de rivier viel het op dat langs de oever vele prachtige planten stonden zoals; papyrussen en varens.

In de bocht stond nog een flinke plas water. Dus maar even onder water kijken. Het was net een aquarium met honderden vissen die tussen de stenen en takken zwommen. Het water was kraak helder dus prachtig voor opnames te maken. Voor de lens kregen we een mooie Andinoacara sapayensis, die zich uitgebreid op de video liet zetten. Ook hier weer veel levendbarende vissen en diverse zalmsoorten. Waterwaarden waren pH 8,7, micr. 260 en temp. 25 oC. Deze rivier lag in de omgeving van diverse soorten plantages. Er werden tomaten, ananassen en bonen verbouwd. Ook hier zullen de meststoffen wel invloed hebben op het water. Maar niet op de vissen, want deze waren prachtig in dit biotoop. In de loop van de dag hebben we nog wat kleine beekjes bezocht maar dit bracht niet nieuws op. Nu maar eerst naar onze visbun. Hier werden de vissen ondergebracht die we mee gingen nemen naar Bogota.

De volgende dag stond een autorit van vijf uur op het programma voor een bezoek aan de vindplaats van de Panaque suttoni. Over de blauwoog harnasmeervallen bestaan de wildste verhalen. Het sterkste verhaal is dat dit soort niet meer voorkomt vanwege een vergiftiging in de Rio Cauca. Duizenden meervallen zijn toen dood stroomafwaarts gedreven. Toch hebben we onze twijfels, in dit gebied zijn tientallen kleine zijriviertjes waar deze dieren nog moeten voorkomen. Uit gesprekken met vissers in deze omgeving werden ze nog regelmatig gevangen. Alleen wij hebben ze niet gevangen of gezien. Wel zagen we dat de rivier op verschillende plaatsen werd uitgebaggerd. Dit gebeurd door duikers met een rieten mand (zonder helm of snorkel). Hetgeen ook het troebele water verklaarde wat we aantroffen. Onderweg hadden we een paar prachtige Rio’s gezien die zeker de moeite waard waren eens nader te onderzoeken. Als eerste de Rio Quebrada del Tutui. Prachtig helder en snel stromend water. De waarden waren pH 7,8 en micr. 140 met een bodem van zand, kiezels en rolstenen. Ook hier weer zeer veel vissen. In onze fotocurve konden we mooie plaatjes schieten van blanke garnalen, guppen,Chaetostoma thomasi, Poecilia sphenops, Eremophilus soort, Sturisoma’s en alweer Tilapia’s

De soorten die voor ons interessant waren hebben we ingepakt en op zijn weer op weg gegaan naar de volgende vangplaats. Vanaf de weg diep in het dal kronkelde de Rio Vieja. Alleen we hadden een probleem, hoe kwamen we beneden, er was geen weg te zien. Toen maar gevraagd. Er was een weg maar deze was privé. We hebben uitgelegd wat de bedoeling was en mochten er gebruik van maken. Alleen als ik toen geweten had wat ons te wachten stond was ik boven gebleven. De weg was niets anders dan een pad met rolstenen en liep steil naar beneden. Als de auto moest remmen rolde je op de stenen nog een paar meter verder. Dit werd ons te gevaarlijk en zijn uitgestapt. Dan maar lopend naar beneden. Helaas stroomde de rivier te hard om te vissen. Toch nog iets bijzonders. De hoofdstroom werd gevoed met een zijstroom, maar deze stroomde de verkeerde kant op. Een heel apart gezicht om een rivier twee verschillende richtingen op te zien stromen. Uit het dal nog drie personen extra meegenomen zodat onze Nissanbus er zwaar aan moest trekken. De volgende dag moesten we eerst met de auto naar de garage want in de aandrijfas zat een rammelend geluid. Deze reparatie duurde de gehele dag. Zelf ben ik mee geweest om er op toe te zien dat dit wel goed gebeurde. Als in Holland de garagebedrijven zo zouden werken als in Colombia dan hadden we grote problemen. Maar met veel begeleiding was het euvel in een dag verholpen.

We hadden nog een dag en deze werd besteed aan de Rio Artenal. Langs deze rivier was een rijke begroeiing van allerlei planten, bomen en vooral bamboe. Ook in het water lagen de stengels van deze plant. Tijdens het vangen van vooral harnasmeervallen kwamen we tot de ontdekking dat de holle stengel ideale schuilplaatsen waren voor deze vissen. Dus stengels openbreken en vissen “rapen”. Maar in een van die stengels troffen we een man van de Chaetostoma thomasi aan met een prachtig nest jongen. Ik schat circa 150 jongen. De jongen hadden de dooierzak nog. Het hele legsel met het mannetje in de forocurve gedaan. Binnen een minuut hadden alle jongen zich weer om en op het mannetje verzameld, en pa ging verder met de broedzorg. Na alles op de foto en video gezet te hebben, hebben we alles weer terug gezet. De waterwaarden waren temp. 25oC, micr. 180 en pH 8,1. Hier hebben we voor het eerst grote aantallen Sturisoma’s gevangen. (ca. 100 stuks). Tevens grote aantallen Chaetostomus en weer de grote aantallen levendbarenden.

Vooral de Poecilia sphenops. Een prachtig mooie vis met een oranje band aan de staartvin, deze vissen komen hier veel voor. Aan planten kwamen we hier veel waterhyacinten tegen, ook een plant die leek op hoornblad. In dit gebied kom je vanwege de stenen veel harnasmeervallen tegen. Vooral Sturisoma’s werden in groten getale aangetroffen. Alleen de bouw van deze vissen was anders dan we thuis in ons aquarium hebben. Het leek ons dat het vinnenstelsel korter was. De borst en rugvinnen waren aanzienlijk kleiner dan bij de bekende soorten. Onder water was nog iets aparts. Deze beesten hadden in de stroming bijna witte ogen. Thuis in ons aquarium heb ik dit niet meer gezien. Als je een week in een plaats bent, met de plaatselijke bevolking leeft heb je snel contact met de lokale bevolking. De groenteboer naast ons kwam elke avond even buurten, en verschillende mensen uit de straat zag je elke avond even om te kijken hoe het ons was vergaan de afgelopen dag. Als we dan in de boeken aan het zoeken waren naar wat we zoal gevangen hadden zag je ze denken. Helemaal uit Europa voor wat van die kleine visjes. O ja, Holland ligt in de U.S.A., maar als je Johan Cruyff noemt dan wisten ze gelijk waar Holland lag. De laatste dag naderde, we moesten erg vroeg op om de vissen te verpakken die we zouden meenemen. Toen alles was ingepakt hadden we meer dan 30 zakken met vissen. Deze moesten een autorit van 12 uur doorstaan. Omdat we een telefoontje hadden gehad van onze Suttoni visser besloten we een andere weg te nemen, om toch nog aan deze vissen te komen. Maar bij aankomst wou hij eerst geld en dan ging hij de vissen halen. Daar trapte wij dus niet in en vervolgde onze reis. Na een lange autorit kwamen we aan in Bogota en begonnen we meteen met het uitpakken en over wennen van de vissen. We schrokken zelf van het aantal dat we hadden meegenomen, maar Bruno was zeer tevreden. Alles wat we niet konden meenemen naar huis bleef voor de export achter, en dat was heel veel. De volgende dag zijn we naar Bogota geweest en hebben daar de lokale aquariumwinkels bezocht. Veel vissen die werden verkocht kwamen uit andere werelddelen zoals Azië, Afrika en Australië. Maar ook inlandse vissen kwamen in de bakken voor. Volgens mijn kon je ze beter zelf vangen dan waren ze gezonder en stukken goedkoper. Wel zagen we prachtige Aquarium meubels staan zoals in Europa ook te koop waren. Planten waren hier bijzaak, meestal plastic planten.

Na een dag rust stond ons een volgend reisdoel voor ogen, n.l. Honda in het stroomgebied van de Rio Magdalena. Deze plaats ligt op ca. 100 km van Bogota. De rit erheen verliep voorspoedig en ’s middags zaten we al heerlijk aan het zwembad van het hotel. Tijdens de reis hadden we de Rio Magdalena al gezien. Een smerige rivier die vreselijk stonk. Dit komt door de Rio Bogota, deze is nog erger dan een open riool. De plaats Honda ligt in een dal en het is er het hele jaar drukkend warm ca. 30 à 35 graden. Nog een plaag waren de muggen. Een leuk voorbeeld; trek een geel T-shirt aan en je was in een minuut zwart van de muggen. Onze vang tocht begon bij de Rio Seco.

Het water was smerig en sterk verontreinigd. Water waarden temp. 31 oC, pH 8,4 en de micr. 670. Ook hier weer weinig water. De bodem bestond uit kiezel zand en kleine rolstenen, deze waren rijkelijk met algen begroeid. Veel vissen waren er niet maar wel Sturistoma’s, zalmen en Geophagus Steindachneri. Veel viel hier niet te beleven. Op de terugweg stonden we wel even raar te kijken, midden in de rivier stond een grote vrachtwagen. Deze werd met het weinige water gewassen. Onze eerste nacht in Honda was het zo warm dat we besloten om buiten te slapen op de ligstoelen van het zwembad. Geen goed idee, want in de loop van de nacht kwam iedereen naar binnen. De volgende dag zagen we eruit als een landkaart overal muggen beten. De Rio Cuamo met prachtig helder water, vanaf de brug zagen we het al dit is wat we zochten. Veel vissen, niet te diep en uitstekend voor onder wateropnamen. Grote rotsblokken maar ook kleine kiezelbanken met zandgedeeltes ideaal voor harnasmeervallen. Onder water was het net een cichliden aquarium. Alles was rijkelijk bealgd met een stoflaag erover. Planten waren niet aanwezig. Op de stenen kon je goed zien dat er algeneters aan het werk waren geweest. Strepen alg waren eraf en diende als voedsel voor diverse soorten vis. In de gedeeltes waar het water maar 20 cm diep was troffen we grote aantallen jonge Geophagus steindachneri en Sturisoma’s aan.

De Sturisoma’s (vermoedelijk Leightoni) waren in grote aantallen aanwezig. Op een vierkante meter zagen we er wel 12. De vrouwtjes waren dik en vrijwel aan het afzetten van de eieren toe. Wonderbaarlijk was dat deze vissen zich in het snel stromend water verplaatsten. Als een torpedo schoten ze vooruit tegen de stroom in. Opvallend waren ook de ogen, onder water waren die wit. Thuis heb ik dit nooit meer kunnen waarnemen. Vissen die we aantroffen; mesvissen, zalmen, Aequidens spec., algenzalmen, Cheatostomus en wat meervallen waarvan we de naam niet konden achterhalen. In de rivieren rond Honda kom je toch erg veel meervallen tegen. De waterwaarden: pH 7,8, micr. 130 en temp. 27 graden. Onze volgende vangplaats was de Rio Bernal. Ook hier zeer weinig water. Maar de boeren hadden wat dammetjes gebouwd zodat er plekken waren met wat drinkwater voor het vee, het zat daar vol met vis. Het leek wel een overbevolkt aquarium. Zo met het blote oog te zien waren het overwegend allemaal zalmen. We hebben toch maar even het schepnet er door heen gehaald. Apart was dat we een kleine geepachtige vis vingen met prachtige kleuren in de staart. Helaas konden we er geen naam bij vinden. Maar de algenzalmen (Parodon suborbiale) waren met enkele grote exemplaren zeer uitzonderlijk. Ook hier weer een bodem met stenen die bealgd waren. Langs het water mooie varens. In de loop van de dagen hebben we een aantal Rio’s bezocht. Vele waren wat vis en stroomgebied hetzelfde. Veel stenen, rotsen en zandplaten. Planten kwamen bijna niet voor.

Maar twee Rio’s wil ik toch even vermelden. De Rio Sucio was een brede rivier met een diepte van 10 a 15 cm. Zeer snel stromend met rotsblokken, zand gedeelten en kiezelbanken. Onze gids maakte ons duidelijk dat we even moesten wachten. Het grote werpnet werd uit de auto gehaald en in het water gegooid. Bij de eerste worp viel onze mond open, zeker 15 Chaetostomus hingen in de mazen van het net. Prachtige vissen van ca. 5 a 6 cm groot. Twee soorten konden we hier rijkelijk vangen, de Thomasi en een Spec soort. De Thomasi is bruin van kleur terwijl de Spec. gestippeld is. In het riviergedeelte met kleine stenen en kiezels was het overvloedig aan deze vissen. Tussen al dit moois werden ook nog enkele kleine Peckoltia’s gevangen. Na een uur vangen hadden we emmers vol en moesten snel naar onze opvangplaats. Nog even de waterwaardes; pH 7,5 micr. 50 en temp. 24 graden.

Als tweede de Rio Guogabal. Vanaf de brug was het een hele afdaling om bij de rivier te komen. Ook hier weer snel stromend en laag water maar 100 meter verderop kwam nog een rivier uit het bosgedeelte stromen. En deze trok onze aandacht. Na de samenkomst te hebben bereikt viel het ons op dat de temp. van het water anders werd. Bij meting van de ene rivier was de temp. 24 graden en van de andere rivier 28 graden. Verdere waardes waren micr. 360 en de pH 8,6 De zijrivier bleek niet meer dan een half droge rivier te zijn. Maar er waren langs de oever restpoelen met water en zeer veel vissen. Een van deze poelen was helder. We konden niet goed zien om welke vissen het ging. Dus maar even de video camera onder water gehouden, en we zagen de Poecilia cauca weer op het beeld verschijnen. Alleen waren deze anders van kleur op de zijvinnen. Zo’n aanbieding konden we niet laten zwemmen, dus het net moest erin. Prachtige dieren werden gevangen. Goed verpakt zijn deze meegenomen naar Holland.

Maar aan alles komt een eind. Zo ook aan deze trip naar Honda en omgeving. De laatste dag zijn we zeker 4 uur bezig geweest met het inpakken van de gevangen vissen. Alles wat voor ons of Bruno interessant was hebben we meegenomen. Zeken 30 zakken vis gingen richting Bogota. Op de finka werd alles weer uitgepakt . ’s Avonds alles bekeken wat we de afgelopen 3 weken hadden gevangen. We waren verbaasd van het aantal en vooral de soorten. Maar het probleem kwam nu pas, wat konden we in onze handbagage meenemen naar Holland, want de ruimte is beperkt. Op de laatste dag van ons verblijf hebben we alles nog eens goed bekeken en onze keuze gemaakt. Bruno verzorgde ons de benodigde papieren en we stonden klaar voor onze reis terug naar Holland. Na een autorit van 2 uur en een vliegreis van 16 uur kon ik langzaam de vissen overwennen aan het Hoogezandse leidingwater. De vissen die ik had meegenomen waren: Sturisoma’s uit Honda, Chaetostomus spec uit Honda,Poecilica Cauca uit Palmira, Poecilica Cauca uit Honda, Poecilica Sphenops uit Palmira, Xiphophorus Helleri uit Palmira. Meer kon er helaas niet mee. Alles is goed overgekomen zonder uitval. Nu na een aantal maanden heb ik van de levendbarenden al grote aantallen jongen zwemmen. Aan het einde van mijn verhaal wil ik alle mensen in Colombia bedanken voor een prachtige visvakantie. Vooral onze vriend Bruno Keller. Maar de ziekte die ik aan het begin van dit reisverslag had is alleen maar erger geworden. Dus er komt zeker een vervolg.

Door: Hans Osendarp
Fotografie: Thomas Lauer
Bron: Aquariahs.nl

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *